Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Mevrouw, juist gereed, opende de deur, en, liefdevol:

„Bedaar toch kindje; — maak je nu niet voor niets anofstia-!"

O O

Maar, toen zij gelezen had, wist zij niet dadelijk wat te zeggen. — De brief was geschreven toen George op het ergst was door zijn groote zwakte. — Mevrouw Rendell had gemeend dat het 't best was hare dochter voorzichtig op een waarschijnlijk noodlottig einde te laten voorbereiden. Zij vond het nog harder voor het arme kind de woorden zoo koud op papier vóór zich te zien, dan ze te hooren uitspreken door iemand die met haar meevoelde, — en het haar zacht-meelijdend zou weten te zeggen.

En, in dat korte oogenblik van mevrouw Rahden's zwijgen, had Julie al begrepen, — geraden hoe haar verdriet nog grooter worden ging.

„O mevrouw — mevrouw?" riep ze. — ,,Zegt u het maar; er is iets heel ergs gebeurd! — George is misschien wel dood ?"

„Neen neen; — zoo erg is het nog niet! — En op dit oogenblik leeft hij stellig ook nog; want anders zou er al een telegram zijn. — Maar, luister nu eens kalm naar mij lieve kind; hij is wèl heel, — heel ziek!"

Sluiten