Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wèl heel veel over had voor Lous, — én voor hem ook. — Maar daarna had de schrik over George's verergerden toestand de herinnering aan dien kleineren ramp weer weggevaagd.

„O Charles" snikte ze — „Waarom moet i k nu juist zoo ongelukkig zijn ? — Eerst die dood van papa, — en nu weer George —"

„Maar Julie; — George is toch noch niet dood. — Misschien is hij nu zelfs al weer wat beter."

Zij schudde hardnekkig het hoofd. — „Ik ben zeker, dat ik hem nooit terug; zal zien," —

O »

verklaarde zij met de stellige overtuiging waarmede zij alle troostgronden terugstiet.

En zij snikte op nieuw.

Charles wist niet, wat nu nog te zeggen. Hij had nog zoo weinig verdriet van dien aard gezien. Maar zijn verlangen haar zijn sympathie te bewijzen deed hem instinctmatig voelen wat zij 't meest noodig had. Hij bleef stil bij haar zitten, zich hulpeloos en onhandig voelend, — maar haar toch troostgevend door zijn tegenwoordigheid, — die immers een bewijs van medelijden was.

En, alsof zij dat in eens zoo begreep, stak zij hem onder hare tranen door de hand toe, en zei:

LEVENS-ERNST. . j £

Sluiten