Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zenuwachtig1 te schreien, dat Hélène haar verö '

geefs trachtte te bedaren.

„Maar lieve kind, — huil toch zoo niet, — dat is alles immers nu gelukkig voorbij!"'

„Neen," fluisterde Julie,— in eens besloten hare zuster alles te vertellen, en haar daarna te vragen haar voorspraak bij mama te zijn — „Het is in 't geheel niet voorbij; — want je weet nog niet wat er is?"

Daar begreep Hélène nu niets van; maar op haar vragen: „Kan je het mij dan niet vertellen?" — „Maar lieve, zeg dan toch wat er is," kreeg zij geen ander antwoord vooreerst dan herhaald snikken. — Eindelijk kwam er uit:

„Er is zooveel gebeurd, terwijl ik bij de Rahden's logeerde. — Ik ben zoo bang dat mama er boos om zal zijn. Want ik had het haar ook veel eerder moeten vertellen. —"'

— Maar wat dan?" drong Hélène.

En toen, afgebroken, nu eens zich zelf beschuldigend, en dan weer naar verzachtende omstandigheden zoekend, kwam Julie met haar verhaal voor den dag. — Zij begon met het slot van de geschiedenis; het gebeurde op dien avond toen George's ziekte haar zoo heel ongerust had gemaakt; — en hetgeen daarna gevolgd

Sluiten