Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar in eens troostend door het hoofd. — Hij was altijd zoo goed en lief en hartelijk en toegevend voor haar geweest; hij zou stellig niet zoo onverzoenlijk zijn als Hélène, — die haar zoo hard behandeld had, — zoo tegen hare gewoonte in hard en streng. Hij was immers ook haar voogd, dacht zij plotseling, met naïve gewichtigheid. Hij diende het evengoed te weten als mama zelve. En, door deze overlegging weer kalm geworden, ging zij voor den spiegel staan om heur haar glad te strijken en hare betraande oogen af te wisschen. — Zij zou naar hem toe gaan en hem de heele waarheid opbiechten, zoo gauw mogelijk; — en hij zou haar zeker wel willen helpen. — Met jeugdige zelfzucht schrikte zij nu niet meer terug van zijn zwak voorkomen, dat eerst zulk een diepen indruk op haar gemaakt had, alsof alles hem nog vermoeien zou. Zij was nu te veel vervuld met zich zelve, — en met dien armen Charles die daar ginds immers ook in de onzekerheid zat.

Intusschen moest zij met de uitvoerincr van haar plan tot den volgenden ochtend wachten; want toen zij voor het eten beneden kwam, hoorde zij dat George erge hoofdpijn had, en het overige gedeelte van den dag in zijn kamer bleef. —

Sluiten