Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wat zult u er van zeggen dat niet alleen Julie, maar ook ik zelve u eenigszins misleidde?"

Mevrouw Rendell begrijpt nog niets.

'Jij mijn kind ?" zegt zij met vol vertrouwen. „Jij zult mij niet zoo teleurstellen in je karakter; daarvoor ken ik je te goed."

„En toch is het waar," snikt Hélène en, — zacht, heel zacht, — het hoofd op haar moeders schoot, als toen ze nog een kind was, — vertelt zij hare geschiedenis.

Dan licht het over mevrouw's trekken met een groote blijdschap.

„Dus toch," — zegt zij eindelijk, — „Dus is het toch alles goed geworden ten slotte. — En het is zoo gekomen omdat je getrouw bent geweest in je plicht, — in het kleine; juist daardoor heb je het geluk gevonden." —

Lang, — lang — zitten ze in de stille schemering, moeder en dochter. — Hélène vertelt alles: haar strijd, — haar twijfel aan George's vriendschap voor haar, — haar lijden in dien nacht waarin zij begrepen had haar eigen gevoel voor hem, haar onderhoud eindelijk van zooeven, dat hen hereenigd heeft ten slotte.

En ze pleit ook voor Julie, — zoo gelukkig nu dat ze enkel geluk wil zien om zich heen.

Sluiten