Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In den meest rechtstreekschen zin des woords heeft zij voor ons land, goed en bloed overgehad. Al het kostbare op Dillenburg is verkocht of verpand. De uitgaven voor de hofhouding werden verminderd. Want niet alleen had Prins Willem in het jaar 1568, om geld te hebben, zijne kostbaarheden voor 70.000 gulden verkocht en graaf Jan, zijn broeder, het graafschap Dietz verpand, in de jaren 1570 -1572 ontdeed men zich op het slot Dillenburg van alle vorstelijke pracht en beperkte men zich tot het allernoodzakelijkste. Men spijsde uit tin, daar van het zilveren servies 8000 kronen geslagen werden te Keulen. Kleinodiën en gouden bekers, kostbare kleeden en gordijnen werden te gelde gemaakt en de gravelijke vrouwen Juliana en Elisabeth, de gemalin van Graaf Jan, alsmede hare kinderen deden afstand van ringen en sieraden ten behoeve van de beproefde bevrijding der Nederlanden.

Neen, de hoogleeraar Brill overdrijft niet, als hij uitroept: „O, edel geslacht van Nassau, onuitroeibaar moet de dankbaarheid zijn, die ons Nederland voor u koestert. Terwijl uwe landgenooten van den Keizer af tot den gemeenen krijgsman toe, door valschen raad of verraad alles gedaan hebben wat doenlijk was, om onze vrijheid in hare geboorte te smoren" — en wij mogen er bijvoegen: om het Woord Gods ons te onthouden — „zijt gij één voor één tot ons gekomen om ons uw rust of uw bloed te wijden" — „en wie het meeste voor ons geleden heeft, is voorzeker zij, die niet tot ons is overgekomen, maar daar uit haar kasteel te Dillenburg al hare zonen zag henen gaan, om ze niet te zien wederkeeren."

Ja, de heldenmoed van Oranje en zijne broeders wordt geroemd, en terecht, maar waar ligt de oorsprong? Van welk middel heeft de Heere zich bediend in Zijn zaak? Het antwoord is: De Heere heeft zich vooral bediend van die vrouw, die zich noemde „ein betrübtes Weib", eene bedrukte vrouw, van haar, die zich eens vergeleek met eenen worm, kruipende over bevroren grond.

In het Slot Dillenburg werd met den Heere geworsteld en zij, de „bedrukte", heeft de zaak van Nederland, de zaak van

Sluiten