Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eenige brieven welke nu volgen, doen zien welk eene moeder en hoedanige raadgeefster Juliana voor haren zonen was. De eerste is uit het jaar van het Smeekschrift en van den beeldenstorm, aan haren zoon Lodewijk.

31 Augustus 1566.

Vooraf de verzekering van alles wat ik uit moederlijke trouw ten allen tijde liefs en goeds vermag, welgeboren vriendelijke, innig geliefde zoon.

Met een bezwaard gemoed heb ik gehoord, welk groot gevaar en moeilijke zaken zich tegenwoordig bij u hebben voorgedaan. De heilige Drieëenigheid beschutte en bescherme u, dat gij door raad noch daad iets verricht tegen Gods Woord en uwer ziele zaligheid; of tot verderf van landen volk, en dat gij u door geene menschelijke wijsheid en uit zucht om den goeden dunk der wereld te behouden laat verleiden; maar dat gij met allen ernst uwen Hemelschen Vader bidden moogt, om Zijnen Heiligen Geest, dat Hij uw hart verlichte, dat gij Zijn goddelijk Woord zooveel in u is, bevorderen en het niet tegenwerken moogt, en in het algemeen het eeuwige meer liefhebben dan het tijdelijke: want deze dingen kunnen zonder den Heiligen Geest niet volbracht worden. Daarom is bidden hoog noodig: want de booze geest zal niet stilzitten. Deswegens bid ik u, mijn innig beminde zoon, dat gij in de vreeze Gods wilt leven, opdat de vijand u niet onverhoeds versla!

Sluiten