Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bewegen om zich in plaatsen te begeven die gevaarlijk zijn, want de wereld is listig; mijn Heer weet wel hoe het toegaat. Moge de Almachtige mijnen Heer met al de Zijnen in Zijne goddelijke hoede altijd bewaren en beveel mij mijnen innig geliefden Heer en Zoon, wien ik al de dagen mijns levens bij God met mijn gebed niet vergeten wil en wensch mijnen innig geliefden Heer, gezondheid, lang leven en alle gelukkige welvaart.

Mijns Heeren dienstwillige getrouwe moeder, Juliana, gravin van Nassau weduwe.

Heeft zij, die haar eenig richtsnoer vond in het Woord van God, bij al hare staatkundige raadgevingen, de zaken verkeerd ingezien? Maar ook in het huiselijke en persoonlijke leven had zij in datzelfde Woord, haar stok en staf. Dit blijkt uit het deelnemend schrijven aan haar zoon graaf Jan, bij het onverwacht overlijden van diens gemalin Eüsabeth. Graaf Jan was destijds in de Nederlanden, zijne gemalin was bij hare schoonmoeder te Dillenburg. Hoe Juliana zelf diep getroffen, haar zoon vertroost vernemen wij uit den brief van

25 Aug. 1579.

Vooraf de verzekering van hetgeen ik uit moederlijke trouw, liefs en goeds vermag, welgeboren vriendelijke hartelijk geliefde Zoon. Hoe groote droefheid, en hoe groot harteleed heb ik over het overlijden van de hooggeborene vorstin en vrouw, vrouw Elisabeth geboren landgravin von Leuchtenberg, gravin en vrouw vanNassau-Catzenellenbogen, uwe gemalin, mijne vriendelijke, hartelijk geliefde vrouw en dochter, hoogst zalige gedachtenis. Ach! wat leed doet mij uw groote droefheid! Welk eene godvruchtige, vrome Vorstin heeft u, ik en het gansche landschap verloren; wat kwaad is mij geschied! Haaredele heeft mij veel goeds gedaan, en zoo vriendelijk zich jegens mij gedragen, als ware H.Ed. mijne geborene dochter geweest. Moge God het H.Ed.

Sluiten