Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Hij zit me te nauw, kapitein.

— Och, te nauw, dat 's je eigen stomme schuld, enfin, 't spijt me, maar ik móet je nou straffen: je hebt vier dagen arrest, heb je permissie aangevraagd?

— Ja kapitein.

— Kan er niks aan doen, dan ga je maar de volgende week naar huis. Ga je gang maar weer, Pook, laat ze nog maar 's marcheeren.

En de instructie wordt hervat; Pook kruidt ze weer met z'n godtergende geestigheden, aangemoedigd door de hoffelijke appreciatie van Van Rinzema en Vermeer.

En bij terugkomst in de kazerne, op 't bureau der compagnie, bezorgt de kapitein den sergeant-majoor eenige genoeglijke oogenblikken met het nabootsen van de „godverdommes-lollige" manier, waarop Pook z'n mannetjes weet te drillen, bij welke representatie de sergeant-majoor voor klas rekruten fungeert.

V.

I)e politiekamer.

In het stikdonkere, kille, vunzige hok liggen de twaalf met politiekamer gestraften op do houten brits, naast elkaar. Enkelen hebben de blauwe werkkiel uitgetrokken, opgevouwen en onder 't hoofd gelegd; anderen wien het te huiverig werd, zonder kiel, trokken 't weer aan, leunen nu met den elleboog op de brits, hand tegen 't hoofd; een paar dèert het harde van de brits niet, snorken alsof ze rustig liggen op hun stroozak in de compagnie. Dat zijn de habitué's. Tamboer Grader, voor de tweede maal binnen een maand, wegens mankeeren bij 't avondappèl, met acht nachten gestraft, voelt zich bijzonder thuis; hèm kan 't niks bommen, waar-i ligt, hier, of in de chambree, aan „nachies" heeft-i gewoonweg maling; als ze 'm maar niet opknappen met provoost, want daar heeft-i den kanker aan gezien! En die vlegelachtige onverschilligheid voor de politiekamer pleegt i uiting te

Sluiten