Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Wou je mij onderkrijge? dat zit je niet glad, rooie stier!" zucht Van Kampen, bijna uitglibberend in de speekselige tabaksklodders op den grond.

— Wie is 'r 'n rooie stier, hè! dat mot je zeggen tegen je dooie moer in d'r houte kapotjas," bromt Dijkstra, moeite doende Van Kampen te leggen. En opeens, als deze de kans meent schoon te zien, rukt-i zich los, doch de rooie grijpt 'mnognètbij z'n onderbroek, waarvan de knoopen knappend springen.

— Geweervet!" schreeuwt een kerel.

— La-me godverdomme los, flikker van Jut," krijscht de hoornblazer, z'n afzakkende onderbroek ophoudend.

Is 't nou haast uit, Dijkstra?" sommeert korporaal Stam, „ik maak 'r rapport van hoor!

— Dan hou je je smoel, vervelende poetskurk, of 'k geef je '11 trap tegen je gammele klokkenspel, dat je verrekt," antwoordt Dijkstra, den hoornblazer loslatend en op z'n blooten voet terughinkend naar z'n straatje.

— Hier hei je je zweetsok," zegt Van Kampen, 't klamme ding opgooiend naar Dijkstra's krib.

Dijkstra zet zich neer op den kant van z'n bed; met z'n laken droogt-i z'n paars-rooie adergezwollen voet af. Nog laat de hoornblazer hem niet met rust. — „Ga jij maar weer met je halve knijzer') vanavend 't bosch in, hè? net of 'k 't niet weet, smeerlap!

Dat kan ik nog doen, ze wille mij nog wel liebbe, maar jóu niet meer, omdat ze wel wete, dat je zoo rot ben als '11 mispel, wat doe je hier? je most al lang in de stal ligge, óf toon dat je 'n kerel ben en drink 'n glas warme paardezeik, dan ben je 't zaakje kwijt.

— 'k Heb jou medicamente niet noodig, dat hebbe ze je zeker in de klas geleerd!

— Toe nou Van Kampen," maant korporaal Stam, „bon nou je smoel, verschoon je nou maar, 'k mot jou goddoome altijd achter je gat zitte.

— Kan ik 't lielpe, dat die rooie koperborstel m'n knoopen stuk trekt?" antwoordt de hoornblazer, terwijl-i z'n naaizakje uit den muffen rommel van z'n kastje opscharrelt.

Deze nieuwe hatelijkheid aan zijn adres laat de rooie niet

1) Rantsoen konimiesbrood.

Sluiten