Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staat niet meer! wat mot je van me?" vraagt-i van af z'n krib.

— O Loods!" schreeuwt Van Kampen, „d'r is 'n politieagent met 'n kind voor je aan 't hek!"

De man van de wacht verbetert: „Je vader is aan 't hek."

Loods springt overeind. „M'n vader? Godverdomme, wat komt diè hier doen? de vent weet toch niet, dat ik gedegradeerd ben?"

— Zeg dat je op wacht ben," raadt korporaal Stam.

— Dat geeft niks, want dan informeert-i waar. Zeg maar ja Jezus Christus, wat mo'k nou zegge?"

— Zeg dat je met sjankers in de stal ligt, wat kan 't jou verdomme," herneemt Stam lachend.

— Toe, doe me 'n lol, Stam, geef effe jouw jas, èffe maar, dan ziet-i me tenminste als korporaal, anders begint-i te ouwehoeren en dan is-i vanavond nog niet klaar; je weet, m'n vader is dominee en die lullen d'r altijd 'n punt an.

Mijn jas? ben je heelemaal van lotje getikt! as je gesnapt wordt, ben ik zuur!

Och nee, 'k zal wel make, da'k niet gezien wor, toe, anders komt die ouwe nog hierheen.... as ze me snappe, zal 'k zegge, dat 'k 'm gegapt heb, parole d'honneur.

— Nou, vooruit, hier hei je 'm, maar je houdt je smoel!

En de sjap Loods trekt z'n kapotjas uit en die van korporaal Stam aan. — „Zie zoo, zegt-i, „fijn, ha, ha, nou heb'k de strepen weer, vooruit met de geit.... as 'k de adjudant tegen z'n klooten loop, dan zeg 'k, dat 'k bij koninklek besluit weer tot korporaal ben benoemd, 'k sta nogal op 'n goed voetje met Willenden.

De schemering in de chambree is dichter geworden. De rooie vrijwilliger Dijkstra maakt zich klaar om uit te gaan ; het kommiesbrood wikkelt-i in z'n zakdoek. Nog altijd schreeuwen de escouade-commandanten naar 't aantal ingeleverde handdoeken, onderbroeken, hemden en sokken.

Sluiten