Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fijfer staat op '11 terreinverhevenheidje door z'n kijker te loeren. „Ja, ik voel 'r wel wat voor, maar 'k vrees dat we lastig gevallen zullen worden; de generaal staat ten minste te oreeren, alsof-i z'n drol niet kwijt kan raken."

— Hoe ver zijn ze nou? vechten ze nog, of hoe is 't?" vraagt lachend de cognackoffie-luitenant.

— Ze zijn nog doende.... maar 'k snap geen jota van de stelling van onze artillerie.... de tegenpartij heeft witte banden om de chaco's.... wacht, ik geloof, dat 't critieke moment

zie je wel, daar heb je 't geduvel al, d'r komt'n ordonnance aan!

— Hierheen, kapitein?

— Niks vaster, we motte onze biezen pakken.

— Kaptein, d'r komt 'n ordonnance aan!" gilt sergeant De Vries.

— 'k Heb 't al gezien, dank je!

Woest galoppeerend holt het paard van een ordonnance op de reserve af; de grond dreunt er van, kluiten aarde spatten de lucht in. Vóór de officieren haalt de ruiter de teugels in, zoekend naar den kapitein.

— Mot je mij hebben?" vraagt deze.

— Jawel, kaptein.... of u met uw compagnie wil oprukken tot twee honderd meter van de gevechtslinie.

— Wie gelast dat?

— De generaal, kaptein.

— 't Is goed, dank je.

De ordonnance maakt rechtsomkeert, holt weer weg. Kapitein Fijfer commandeert luidkeels: Alla, ópstaan, vooruit! vlug!" En dan zachtjes tegen de officieren: „te elfder ure brengen ze je goddoome nog in 't vuur, paskwil"

Het kader port de menschen overeind, die versuft en vermaft in 't ronde staren, de allereerste momenten van geen divisiemanoeuvre zich bewust. Geen oogenblik mag verloren gaan. Sergeant De Vries heeft moeite, 'n kerel, die weer was ingedut, wakker te krijgen. „Kom vooruit, vent," zegt-i, „me dunkt, jullie hebt vandaag 'n leventje gehad als 'n luis op 'n kletskop." Fijfer wordt ongeduldig, 't duurt 'm veel te lang; hij vindt 't een janboel, 't lijkt gewoon nergens naar, 't is of de kerels 'n borrel op hebben, zóo staan ze te zwabberen op d'r beenen. Zélf echter is-i Jantje Present. Met glinsterende sabel staat-i vóór de gesloten colonne, gereed tot 't sein voor den opmarsch. En daar klinkt het langgerekt uit z'n mond: Voorwaarts—looppas!!!

Sluiten