Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De gansche horde stormt na halsoverkop, met goed-geïmiteerde doodsverachting, voorwaarts; holderdebolder gaat 't over den glibberigen heigrond, met gerammel der eetketels tegen de gepakte ransels, de geweren omlaag. Sergeant De Vries trekt 'n smoel als 'n losgebroken duivel. En de luitenant, die net bezig was z'n keggie aan te spreken, looppast met z'n pain de luxe in de hand, een karakteristiek, die niet onopgemerkt blijft; sergeant De Vries snapt zelfs de symbolieke beteekenis er van. — „Zie je hèm? vraagt-ie aan z'n rechterguide, „hij loopt met z'n keggie den vijand tegemoet, zeker om te laten zien, dat dat driedubbelovergehaaldstom-idiote gehol over 'n hei z'n broodje is!"

De kerels worden moe; sommigen vertragen den gang, sukkelen op 'n drafje achteraan, zonder den gloed oftewel feu sacré van dèn soldaat.

— Goddoöme," moppert Veen, „hou'en we nou nog geen halt'? 't is of de hel ons achterop zit.

En kort na deze soldateske verzuchting klinkt het weldadige commando „halt" uit het souvereine keelgat van den reservecommandant Fijfer.

En de reserve, in haar vaart nu gestuit, staat amechtig te hijgen, incapabel iets anders te doen dan neer te zijgen om zich te dekken.

— Dekken, dekken en de groepen meteen laten verspreië!" schreeuwt Fijfer, terwijl-i met z'n zakdoek het zweet van onder de klep zijner pet veegt, „och neé .... die groep daar van korporaal Ten Oever moet verspreië ónder 't dékken, toé nou, korporaal, is dat nou zóó'n heksentoer? kijk nou 's an, net 'n troep kakkerlakken .... née korporaal, d'r deugt geen donder van, laat je manschappen linksaan gaan en ga zelf achter je groep, achter je groep, korporaaaal!!

Maar de zweetverhitte kerels in de groep van Ten Oever hebben 'r geen kaas van gegeten; versuft gaan ze hun eigen gangetje, terwijl de korporaal lustig staat te schetteren. Doch nü wordt 't Fijfer te bar. Met de blanke sabel chargeert-i op Ten Oever, geeft 'n vaderlijken prik tegens diens schouder en foetert: „Bliksemsche schapenneuker, heb jij nou zóó weinig je groep in de hand? noem je dat afstand in je groep? de vuileken zitten in mekaars lijf! alla, laat ze linksaan gaan, dat gekloothannes!"

Ten Oever protesteert. Hij beeft. Vuurrood snauwt hij: „Dat zal 'k doen, kapitein, maar u blijft van m'n lijf af.... dat u me

Sluiten