Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIII.

Militaire plechtigheid.

Het carré is met de noodige godverdomme's geformeerd en de ban geopend. De kolonel-regiments-commandant, van z'n paard gestegen, staat midden vóór zijn regiment; aan z'n linkerhand houdt de adjudant-vaandeldrager het ontplooide vaandel in den bandelier omhoog. De militaire kapel heeft zich opgesteld, links naar den achtergrond. En onmiddellijk vóór den kolonel, het carré in den rug, naast elkaar, staan de twee nieuwe luitenants in groot tenue. Rechts achteraf het publiek: landauers met dames en heeren er in, daar vóór dikke files voetgangers, in toom gehouden door heen en weer schilderende, met 'n geweer model '95 gewapende, soldaten. De kolonel doet 'n paar passen zijwaarts, overziet z'n regiment en draait dan met hoog-geforceerde stem af: „Hoofdofficieren, subalterne officieren, adjudant-onderofficieren, onderofficieren, korporaals, tamboers, hoornblazers en verdere minderen van mijn regiment! Ik heb u hier ter plaatse bijeen verzameld om u getuige te doen zijn van de plechtigheid, die zoo dadelijk uwe aandacht zal vragen. Bij koninklijk besluit van den (datum en jaartal) zijn benoemd tot tweede-luitenant bij het (zooveelste) regiment infanterie, de cadetten (hier maakt de kolonel gebruik van 'n stuk papier) Willem Hendrik Geerts en Gerardus Petrus Fredericus Kolle, beiden van de koninklijke militaire academie. Soldaten van mijn geliefd regiment, de mannen, wier namen ik u bekend maakte, zult gij voortaan erkennen als uwe meerderen in rang; gij zult hen eerbiedigen en onverwijld hunne bevelen stiptelijk ten uitvoer brengen. Ik spreek de hoop uit, dat gij allen u met hen zult leeren verstaan, in het eendrachtelijk streven naar strijdvaardigheid van het regiment en naar de handhaving eener krijgstucht, die niet alleen gegrond is op wetten en voorschriften, doch die voortspruit uit eerbied voor den meerdere en uit wederkeerige hoogschatting. Moge het tegenwoordig zijn bij deze plechtigheid een diepen indruk nalaten op uwe gemoederen; moogt gij allen beseffen wat het is: de eer van t

Sluiten