Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EERSTE TOONEEL

Themena, daarna ook de Dichter.

THEMENA, een vrouw van ruim vijftig jaar, komt uit het dorre land. Zij baant moeitevol zich een weg door de struiken en stekelplanten die het onbegane vlaktegebied nabij de woudrotsen bedekken. Hare kleederen zijn van groene en bruine kleur.

Met moeite beklimt zij één der rotsen, totdat zij ter halver hoogte tot het Woud is gekomen. Dan valt zij neer met smachtenden, moeden blik, en sluit de oogen.

Als zij eenige oogenblikken daar gelegen heeft, nadert van een anderen kant — achtergrond — uit de vlakte Voce, de dichter. Groen, als het bovenkleed der vrouw, is zijn knierokje. Zijn bovenlijf is in het wit gehuld.

VOCE. Themena!

THEMENA. Richt zich langzaam ten halve op; ziet om zich heen.

VOCE. Themena! Wat heil zoekt uw moede ouderdom in deze woestheid?

Heeft ze u verdwaasd, de dorheid van onze wijde akkers? Is de verzenging van den zonnebrand geslagen door den bloei uwer gedachten, — arme?

THEMENA. Schudt langzaam het hoofd.

VOCE. Waarom hebt ge dan uw huis verlaten; en Mediothea? Lafenis is niet hier .... Het Woud is zonder heul. Zoo hebben ons de vaderen geleerd, die het schuwden en die.... zwijgt.

THEMENA. Spreek verder, Voce . . . Zeg wat gij weet; al wat gij weet Het kan mij nuttig zijn ....

VOCE. Ik wilde u zeggen .... Het is vreemd .... Ik wilde u

zeggen, wat de vaderen hebben geleerd Maar ik kan hun

lessen niet herhalen....

THEMENA. Waarom niet?

VOCE. Omdat ik zelf... gehoorzaam ... aan anderen Drang, Themena.

Sluiten