Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOCE. Wat is dat?

THEMENA. Ah! Dat geeft mij hoop!

VOCE. Wie is die man, die het kleed draagt der rouwende vrouwen?

THEMENA. Zijn kleed duidt geen rouw over anderen; maar eigene verstorvenheid. Die man moet Survivio zijn .... Ik ontwaar hem door het geboomte.... Hij komt nader.... Hij volgt een slingerpad. Telkens zullen wij hem even in de laan zien. O, van hem is heil te wachten .... Ik moet hem spreken.

VOCE. Ik begrijp u niet....

THEMENA. Ik zal het u verklaren, terwijl hij hierheen komt. Luister.

In 't bloeien van mijn jaren was de vreedzame strijd tegen de Kerk. Het was de laatste strijd van die vele, waarmee onze vaderen de wereld hebben vernieuwd.

VOCE. Ik hoorde veel roem spreken over hun daden.

THEMENA. Ja — zoo heeft men ons geleerd. Het was de strijd voor het Klaar Verstand.

VOCE. Ja — het Klaar Verstand .... Zoo heeft men mij verteld, dat hun leuze luidde.

THEMENA. Het KlaarVerstand heeft de wereld vernieuwd. Het leerde hoe men het best zich voedde, en zich kleedde, en zijn akkers bereidde te rijkster oogst.

Onder haar verhalen is telkens, van tijd tot tijd, even Survivio zichtbaar, telkens ietwat nader.

Het schuwde den bedwelmenden drank. De blijde wingerden werden verwoest. Het bracht een gelijkmatig heil aan alle levenden. Want voor het levende lichaam was de eerbied groot, en zijn sappig gedijen het doel waarnaar men streefde. Dat was hun heilig ideaal.

VOCE. Wat is dat: „heilig"? En wat is dat: „ideaal"?

THEMENA. Uw vraag klinkt als een terechtwijzing. Met „heilig" meenden zij: „dierbaar," en met „ideaal": „verlangen". Maar zij — het is nu al meer dan dertig jaar geleden, moet ge denken — zij spraken in de termen die zij der oude wereld ontleenden ... Want „heilig" was een woord van die Kerk; welker

Sluiten