Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op kleinen afstand achter de jongeren. Welnu, ik voelde mij gedreven uit 't dorre land .. .

TWEEDE MAAGD. Uw teeder hart verdroeg niet de ellende — Gij zijt zoo zacht gelijk een duive, dichter!

VOCE, dit rhythmisch zeggend: Noch ik, noch duiven hebben zacht gemoed. Zoo 'k ben als al wat vliegt, het is verlangen naar 't verre en 't vreemd'. Wie veel ziet, veel geniet •— En eer en zwaarder drukt mij 't monotone, dan 't u doet, en dan d'anderen vooral.

DE PHILOSOOF mompelt: Dit is niet nieuw — 't Dient niet vermeld...

DE GELEERDE. Ja toch,... Ik schrijf 't maar op. Men weet nooit waar het goed voor is . . . Maar feiten, objectieve feiten zijn mij méér waard.

VOCE. O, de geleerde schrijft al. Ach heeren, er is niets belangrijks ... voor II. Het is alleen voor mij belangrijk, omdat ik ontroerd was. En voor mijn vrienden, die gewoonlijk mijn gevoelens deelen.

DE PHILOSOOF. Hm — Gij kunt niet beoordeelen wat belangrijk is, en wat niet. Ontroering is iets — al is het geen hooge functie van den mensch. Maar de wijze weet den inhoud der ontroering om te zetten in begrip. Begrijp je dat?

VOCE. Ik begrijp het niet, want ik ben niet aan het begrip toe — Mijn ontroering is ontroering . . . Wat zal ik ervan zeggen,... Hij keert zich van den philosoof af, en spreekt voort in warmer toon ... Vrienden! Ik begeerde naar iets, dat ik niet had; dan in mijn hart. . . Een dorst ... O, het was niet het gewoon verlangen naar drinken! Maar een begeren naar dit Woud ... Het is vreemd ... Onze vaderen hebben geleerd, dat het Woud ons niets behoort te zijn. Daar wast niet, wat tot heil gedijt... Vrienden ...

EERSTE KNAAP. Wat is er? Het is, of een schrik u bevangt. ..

VOCE. Mij bevangt een schrik. Want nu ik met woorden als met spaden omgraaf de donkere onbewustheid van mijn hart, nu werp ik 't op, ineens ... en het verschrikt mij...

Sluiten