Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

morgenmecr! O zoete concordantie, die ijle, onaardsche vreugde spelt!

VECCHIO. Ja, vreugde! En geen vreugde verzelt den dood! Zij leeft! Mediothea leeft! Angstiger ingehouden: Maar toch is het geluid als omsluierd. . . Zij is gewis wel zwak, wel . . . ster-vens-zwak, Mediothea . . . De eerste knapen en maagden komen nader.

VECCHIO. Wat brengt ge aan nieuws? Uw trekken zijn niet somber en niet heuchlijk ...

EERSTE KNAAP. Uw dochter, Vecchio, leeft...

TWEEDE KNAAP. Ah — er is dan ook in üw hart ontroering ...

EERSTE MAAGD. Heil, dat wij 't vreed'ge van dit licht bereikten...

TWEEDE MAAGD. Daar komtzij aan. Helpt snel haar 't bed bereiden — Zie, zie, Speranzo gaat daar naast haar baar... Men ziet lang aankomen den stoet. Knapen en maagden dragen de baar, waarop in enkel wit gewaad de blonde Mediothea ligt. Naast haar is Speranzo. Aan de andere zijde van de baar en meer naar achteren loopt Themena. Een boogvormige zwerm knapen en meisjes volgt.

VIERDE TOONEEL

Mediothea, Speranzo, Themena, Knapen, Maagden, Voce, de Philosoof, de Vorigen.

De stoet staat een oogenblik stil op kleinen afstand van t huis.

SPERANZO. Mijn Liefde, mijn Liefde ... Daar is ons huis...

MEDIOTHEA. Dank, dat ik 't zie, mijn lieve man. Zij gaan voorten staan dra voor den ingang. De knapen, door Voce geleid, scharen zich eerbiedig ten zijden des ingangs.

SPERANZO, Wijkt terug! Dat wij haar indragen! Spreidt van bladeren een gouden leger voor haar matte blankheid.

Dit geschiedt; intusschen:

EERSTE KNAAP. O Voce, wat beduidt dit?

VOCE. Stil! De windharp zwijgt. Er gaat iets gebeuren ... in

Sluiten