Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SPERANZO. Ja, nietwaar! Gij volgt mij! O, onze Liefde is als een veilige reede, vanwaarwij uitzeilen, telken dag, naardewoeste schuimende heerlijkheid der wereld-zee ... Zie, hoe hoog is deze plaats waar gij alleen stondt, Mediothea! Bijna hebben wij ze samen bereikt. Kom, ik wil ook zoo hoog staan; waar wonder gebeurt — Zóó hoog ook ik ... en dan: begrijpend — Zie, samen overzien we de wereld ...

Men ziet wat Speranzo en Mediothea bespreken, gebeuren. Welk een beweging drijft de lieden der vlakte saam — Zie! Vecchio stort zijn vrienden tegemoet ... In aller ijl is hij uit 't Woud gerend. Zijn wrakke voeten werden door toorn geheeld tot haastigheid! Ja, toorn — Zie ook zijn handen! Vingers en palmen buigt toorn samen tot de dreiging van een vuist.

MEDIOTHEA. Wien geldt die toorn? Ons niet...

SPERANZO. Neen. Het is het geslacht dat jonger is dan wij: het zijn de gespelen uwer zusterkens en het kroost mijner vrienden — De Knapen en Maagden die de onbegrepen Wereldwil tot aanwezigheid dreef bij uwe daad.

MEDIOTHEA. Maar waarom toornt Vecchio den jongeren! O de ontroerende machteloosheid der ouden! Hun verbittering haat wie naderen naar hun plaats ...

SPERANZO. Die verbittering is 't niet, wat thans leeft in hem. O, ik begrijp hem en zijn ontzinde leed! Hij ziet wéérkomen een ouden vijand in dat leger der jongeren. Maar wat vermag hij nog tegen hen?

MEDIOTHEA. Wat plegen dan die blank-bonte reien van knaap en maagd? Wat wil hunvreugdige stoet? Er is vervoering in het zwieren van hun gang! En met veneratie draagt één van hen een hooggeheven voorwerp, dat als een bliksem glimpen werpt onder den kus der aandringende Zon. Het zijn als de triomfante lachen van een wreed idool...

SPERANZO. Idool, dat ik hun bood! Laat het hun maning zijn, gestadiglijk aanwezig, van wondre macht...

MEDIOTHEA. Ik vrees ... het... o, zeg Speranzo! Neen, zeg niet... ik ducht...

SPERANZO. 't Is de oude beker, lief, die in uw hand ... Zie

Sluiten