Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

J a k o b.

Ik boorde u snurken, kaptein . . .

Donders, valt hem in de rede. Ga heen on meld mij ziek!

J a k o b, tailleert.

Tot uw orders, kaptein! (Onder 't afgaan wrijft hij nog steeds zijn gepijnigde livhaamsdeelen.) Ik geloof toch zeker dat onder die witte nog een blauwe plek zit.

DERDE T 0 O X E E L.

Donders, alleen.

(Hij kijkt op de /dok.) Alweer verslapen! De drommel zal mij halen, als ik weer naar 't Casino ga. Je komt om drie uur met 'n iliiike brombeer thuis en staat met haarpijn op. (Hij wrijft zieh het voorhoofd.) Alle donders! wat is zoo'n maandagskwaal toch lam! (Roept.) Jakob ! Jakob Pimpel! (Zich bedenkende.) O, dat is waar ook, ik heb hem naar den regimentsdokter gezonden ... Foei, wat '11 haarpijn! 't Is net of er een heel nest met meikevers of bromvliegen in mijn hoofd zit. (Hij haalt z'n portemonnaie te voorschijn.) God veranderde water in wijn en de menschen maakten er grocjes van ... En de portemonnaie is leeg. Entin! 't is den vijftienden en vandaag zal ik wel geld ontvangen van mijn oom in ... . (Kijkt de brieven na.) van den Haag, ... van Purmerend,... van Arnhem,... van Utrecht,... van... van .. Duizend donders, geen brief van m'n oom! De henker zal hem halen

Sluiten