Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mulders)611 ^ Wkl Daaremegen «P™ «evens wieg voor «,«, (bij

U en e. — Afspetten en afsputten, bent en èi/nf, letter (luttel), ,•««/ enz

4a, verkortende wordt in sommige woorden o. Komsel, bonst, host zonpot (zaannot)

de uiei * »■

Er zijn nochtans veel uitzonderingen aan dezen regel.

IJ klinkt ook ei in rijen (rijgen) zijen (zijgen)...

Waar d voor zachtlange o wegblijft, wordt deze bij meest allen scherp en als oeë uitgesproken. Gehoon = geboeën. H uuge

Aai wordt in verscheiden woorden ei: eiken, heien, bleister, lei (laai). Nevens qedwee

(kort)! am' 18' d<l(t) Same"geti'0kken' geven was en weis (kort), das en deis

E vóór / verandert te Lokeren en te Sinaai veel in a : spal, wal, pal, enz...

ooi iu wordt oc soms o. Blo?n, vomineii, vevdoiïDncu.

h xoor n wordt zeer dikwijls i. Bringen, dinken en denken, ingel, inhei, inkt, binken ingte[lengte), mingelen, schinken, string, wintelen en wentelen. Veelvuldig ook is dé verwisseling van i in e. Blend, destel, gewende en gewinde, kies, krempen, lep, schel, schetsch en schitseh, splenter, strek, enz...

Als te Doel a en i van nd, nt of nk gevolgd zijn, worden zij wat verlengd.

ij velen verlengt e vóór g. Leggen = leigen; zeggen = zeigen

Ans, ens en ins wordt opgelost in en eis. Deizen, deisteren, eis, geister, gleister keister, petzen , veister nevens venster en vuister.

ter1"3"8' bij Genigen' geHjk t<3 Kruibeke- w01"dt «»s Vandaar dasteren, gasteren,

Men bemerke hier ook muik nevens munk, mussel en muizei (kort), nevens minsel (De Bo)- uttel nevens unsel; Waasmuister (Waasmunster); sloes nevens slons; — klassen nevens kletsen, en afketsen nevens af kassen.

Vóór r komt veelal zware e in plaats van de gebruikelijke a. Avegeer, eerde, eers eren geren (geerne), heerd, hering, keers, kleer, lanteern, leers, Meert, neerstig, peerd, perel, pileer, scheer, steert, veerdig, veers, veren (naviguer), verveerd, weerd, zweerd (é'pée) en in den uitgang eer (leer, neer) : appeleer, Wazeneer.

Zware e komt ook voor in beer (ours en vloeistof), begeren, deren, kerel, meer (lac), meeisch, meerlaan, peer, scheren, smeer, teerling, teren, weren, zweren (s'ulcérer en jurer) Alsook in degen, everecht, geef {gaaf), geel en scheel.

B werkt op verschillende wijzen op korte a, e, o, u.

Waar de korte e gewoonlijk klinkt als in 't Fr. les, gelijk te Doel, luidt zij vóór r, gelijk ai in main, en wordt gerekt, daaromtrent als ei, wanneer ;• óf alleen staat, óf gevolgd is van ƒ, g, k, in, p. Ker, kerf, berg, kerk, zwerm, scherp = Keir, keirf, beirg, keirk, zweirm,scheirp. Daarentegen, waar zij gewoonlijk als ai in main klinkt, luidt zij, in hetzelfde geval, daaromtrent als zware e. Zoo zeggen zij te Sinaai wiyrk, kigrk voor werk, kerk.

Korte a vóór r verandert op veel plaatsen in e. Hert, smert, berd, pert, zwert, perk, erm, berm, derm, werm, ker, sper, ster.

Nevens den vorm met e, bestaat ook hier en daar voor sommige woorden de vorm met a. Bard, kar, spar.

Elders, gelijk op Tereeken te Sint-Niklaas en deels te Lokeren, blijft de a bijna overal, neemt ja, de plaats der e en wordt eene grove lange alphabetische a. Kerk = kaark, ver = vaar, zerk = zaark.

De uitspraak iij wordt belachelijk gemaakt in de volgende spotspreuk : ik sloeg mijnen iijrm tegen de kiijrk en ik kost in geen veertien dagen wiijrken; de uitspraak aa in : Ginter

Sluiten