Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vare komt een kare, en Baarg (Amelberg), gade mee naar de kaarke, ze spelen der op de flijte.

Korte a voor r wordt in eenige woorden zware e. Dwars = dwees; karn = keern; marsman = meesman.

Ers wordt somwijlen as of' aas. Persen = passen; kers = kaas; pers (perzik) =paas.

De uitgang ares wordt samengetrokken lot as, en eres tot es. Wazenares = Wazenas; kosteres = kostes.

De o klinkt bij velen als korte ui, wanneer zij gevolgd is van rd of rt, rf of rv, rg, rm, rp, rsch en rst. Zoo in kort, korf, korven, borg, storm, dorp, dorsclien (zonder r), borst (zonder r)...

Te Doel nochtans klinkt de o ook soms als korte u (eu), en in de platte spraak van SintNiklaas en Temsche, wordt zij als zachte e zeer kort uitgesproken. Dorp = durp, dirp.

Korte u gevolgd van r klinkt juist als o in hetzelfde geval. Burg en borg staan gansch gelijk.

Scherplange o komt, voor zachtlange o, in eenige vreemde woorden, en in eenige echt Vlaamsche, bijzonderlijk voor r. Booren, droog, droogen, door en, framboos (ook met zachte o), gewoon, hooren (hoorn, horen), kantoor, komfoor, koor, kooren (koornl, matroos, moor, persoon, Boomen, roomer, roos, root, rooten, smooren, spook (ook met zachte o), spoor (ook met zachte o), stool, stooren, teiloor, toon, troon.

In den toonloozen uitgang sem verandert bij velen e in o. Asom, bessom, bliksom, daaksom.

In de toonlooze lettergreep vóór de geklemtoonde verandert soms a in o, a in e, e in a, o, u en ij in e. Abendant, almenak, bebijn en babijn nevens bobijn, bagijn, begage nevens bagage, balul nevens belui, bekans, benaar (bijna), bezonder, fezant, bezin en bozin, gereel, sjaneuvel (genever), katheliek, kalemink, krokediel, magezijn, mavrouw, menheer, malaatsch, paredijs, plafeneeren, plezant, plezier, renonkel, repebliek, schandeleus, schorseneel, rasteel en resteel.

Ja, de lange a kan, door den invloed der geklemtoonde lettergreep, korte o worden. Akelei —okelei, oventuren nevens aventuren, enz...

Men bemerke nog 1° den langen klinker in bloos, eeg, jleus (flus), keting, moortel, paart, betrapen, eemer, schoor nevens schor, grepel nevens greppel', 2° den korten klinker in bessem, druppen, schillen (schelen), doppen (doopen), vrernd, krummel nevens kruimel, aantakkelen nevens aantakelen, enze nevens eenze; de klankverwisseling in spriet voor sproet; eur voor uier; mergen voor morgen, borsten voor bersten; bors voor beurs; buuk voor beuk; forneis nevens fornuis; balijn voor balein; ommers voor immers, loclit voor licht (léger) en flonk nevens flink; zweerd voor zivoord, en vloot voor vleet (visch), dweepen voor dwepen, keet (scherp) voor keet (zacht); wooren (ook oor en) te Doel, voor worden.

31. De bijzonderste verwisselingen in de medeklinkers zijn :

B en p. Pikkel (bikkel), plekken (blikken), hoppen en toppen, hoppetoppen, pochel, kabbelen nevens kappelen, hoebelen (hoepelen), barstig enparstig, knoebe en knoep, enz...

B en v. Abendant en avendant, blunderen en vlanderen, hoebei en hoevel, huiben eu huiven , savel, bochtig, viggen, zeeber en zeever, schoebejak en schoèvejak, enz...

B en m. Bedeeneen medeene, hemmen en hebben enz...

Zoo ook p en m. Kwelp en kwelm, termenlijn (terpentijn).

I) en t. Den (dan) en ten, dadde en datte (dal), lingde (lengte), oorden (oorten), schudden (schutten, tegenhouden), hoogde en hoogte, breedde, pledderen, ginter, glat, hart (hard), wetten (wedden), daken en taken, enz...

F en p. Fleurus (pleurus), toefen en toepen, enz...

Sluiten