Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mijs, mijns ; oufwjs ; zijs, zijns, — heurs, — s, — zijs, zijns. Dat.: mijn, mij, me, ; ou ; hem, — en, — heur, —ze, — hem, het, — et (ent), l. Accusat. : mij, me ; ou ; liem, — en, — heur, — ze, — het, — et (ent), t.

Meervoud. — Nom. : wij, we, me (men), wijlder; gij, gijlder, ge, — de; zij, zijlder. Genit. : ons\ ulders; hulders. Dal.: ons; ulder; huider. Accus.: ons; ulder; liulder; — ze.

Aanmerkingen : — 1° 1 is, builen Temsclie, niet veel gekend.

2° Mijn, datief, is meest eigen aan Doel.

3° De n in mijns, zijns en ent is bij sommigen te hooren, bij anderen niet.

Hetzelfde dient gezeid van n in ens, enzen, uitgang der persoonsnamen, en in wiens, wienzen.

4° De genitief is te hooren in mijns (ouws, zijns, heurs, ons, ulders, hulders,) zelfs zijn, être émancipé, en in mijns (ouws, enz.) gelijke niet hebben.

5° S komt maar voor in enkele uitdrukkingen. Zij zijn s eens, être d'accord ; van s gelijke, pareillement.

6° En, toonloos, leeft nog in den mond van oude ongeleerde menschen. Heeft hij dat gedaan ? — Jaan (ja en). Ik zalen ne slag geven dat hij ronddraait. Ik zalen ein (hebben).

29. —Wij hebben staande uitdrukkingen met den sterken genitief en bijzonderlijk, met den ouden datief. Zulke zijn : Uit den ruwen, met der haaste, in zijnen lichte (lumière), in den donkeren, bij der hand, bij de(ri) werk(e), van de(n) jaar(e), uit der hand, op den harten (harde), in zijnen zotten, uil den kwaden, ijlshands, uit der oogen, uil der herten, met der tijd, van en uit den huize, in den beginne, met den anderen, met den eenen, op heeler daad om der iville, op den ende, in den eersten, meegaander hand, bij de(n) vieren, naar den diepen, uit den Oosten, uit den vreemden, met den vroegen, in den laten, met den uitkomen, na den eten.

Aanmerkingen.— 1° De bijvoeglijke naamw. zelfst. gebruikt, gelijk uit verscheiden dezer voorbeelden blijkt, worden, niet als zelfst. naamw., maar als bijv. naamw. verbogen. Nen zieken, veel zieke bezoeken.

2° Sommige dezer uitdrukkingen zijn deels afgeknot. Van de jaar, bij de werk, enz..

3° Eenige dezer datieven deden door sommigen onzijdige zelfst. naamw. van het mannelijk geslacht maken. Vandaar : de Westen brengt veel regen aan, enz..

Sluiten