Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ALLEN,'z. nw.. — Z. Wdb..

Wordt maar gebruikt in al!e(n) gelijk.

Spr. : Allen gelijk, zei Bart van Lokeren, en hij was maar alleen, al lachende.

Het wordt vervangen door allemaal, ammaal, ammel.

ALLENDE. z. nw., vr.. = Ellende. D. ook alleinde en allende, K. allende. Ik zit in de allende.

Wordt meest door ongeleerden gebruikt; de anderen zeggen ellende.

z. Alende, bij Verdam.

ALLENDIG, bijv. nw.. = Ellendig, 't Is allendig in een huishouden waar de man altijd drinkt. Z. Alendich, bij Verdam.

ALLEREERE(N), bijw.. — Z. Meealdereeren.

ALLERHEILIGEN, z. nw., m.. — Z. Wdb..

Volksgezegde : Als 'top Allerheiligeneen donkere

dag is, dan is 't een strenge Winter.

Veel alderheiligen.

ALLERHEILIGENBLOM, z. nw., vr.. = (Kruidkunde) Chrysanthemum Indicum, chrysanthemum Japonicum, chrysantheme deChine, fam. Comp.. Bij D. heet Chrys. Ind. Chrysanthine en Sinte-Katrijnebloem.

Ook bonapart, damastica, diamastica, floeredamasten, Katrien, Katrienblom en sinte-Katrienblom.

ALLERHEIL1GENWATER, z. nw., o.. = Water dat juist vóór Allerheiligen gewijd is.

ALLERHEILIGSTE, z. nw., o.. — Z. Wdb..

— Broederschap van het H. Sakrament des Autaars.

Hij is lid van het Allerheiligste, hij gaat met eene flambeeuw in de processie.

Ook Hoogweerdige.

ALLES, z. nw.. — Z. Wdb..

Gep. woord. : Alles end alles. C. R. Trekt nu eens uit hoeveel ik u betalen moet ; 't zal alles end alles vijftig frank maken.

ALLEWEET, z. nw., m.. = Alweter, die, ten onrechte, alles of veel meent te weten. D. alweter.

ALLEWIAAI. — Z. Allebiaai.

ALLIANCE, z. nw., vr.. — Met iemand alliance hebben of maken, op vertrouwelijken voet met iemand

leven. C. R.

ALLICHT, bij w.. = Gemakkelijk, zonder veel moeite. C. D. Gij zult allicht zooverre kunnen gaan als Jan met zijne manke beenen.

— = Mogelijk, wellicht. C. Gij moogt niet meer wachten om weg te gaan, anders zou het allicht te donker worden.

ALLIESKENS, bijw.. — Z. Alleeskens.

ALLIJS, ALLIJST, bijw.. = Wellicht, allicht. Hij zal allijs verstand genoeg hebben om de koeien te wachten, zei de moeder van heuren Jan.

ALLING, (klemt, op ling), z. nw., m.. = Bewoner van eene naburige gemeente. Die van Beveren komt, is te Melsele een alling.

ALLINGSKENS, bijw.. — Z. Alleeskens.

ALLOOI, z. nw., m.. = Aard. 't Is de allooi van de beest weinig te eten als zij alleen staat.

ALLUCHTERS, tusschenw.. — (Kinderspel) Kreet waardoor men in het marmelspel het recht vraagt om alles wat in den weg ligt, van kant te doen.

A(L)RAP, bijw.. = Gauw, ras, haastig. Hij meende

mij te ontvluchten, maar ik kreeg hem alrap bij den kraag.

A(L)S, voegw.. — Wordt altijd in plaats van dan gebezigd, achter den vergelijkenden trap van meerderheid en de woorden niemand, niets, anders, enz.. De vogel was weg, ik vond er niets als pluimen. Hij is wijzer als gij. C. D. T. R.

— Van als zoohaast. D. Die vogel begint te zingen, van als hij mij ziet.

— Als komt dikwijls in voegw. uitdrukkingen voor dal. Tot als (totdat), in den tijd als (dat) de beesten spraken.

— Als wordt dikwijls overbodig gebruikt achter zooveel, zoo gauw, gelijk, enz.. C. Gij moogt klappen zooveel als gij wilt.

— = Indien.

Spr. : Als de lucht invalt, zijn al de musschen dood, of dan loopen wij allen met eene blauwe muts, of dan kunt ge er uw hoofd doorsteken en ginder piep roepen. Deze spreuk wordt gebezigd als iemand iets bijgewoons of onmogelijks veronderstelt. Zoo ook : asch is verbrand hout en holen is vinkhout: woordenspel ontstaan door de gewone uitspraak van als : as zonder l. Zoo

ook zegt men : als de as breekt, valt de karre.

— = Of. De zieke is weinig als niet gebeterd.

A(L)SDA(T), voegw.. = Als, vergelijkend. Hij verteert zooveel alsdat hij verdient.

— = Dan. Hij verteert veel meer alsdat hij verdient.

— = Dat, verhalend. Daar heeft mij iemand gezeid alsdat ge gaat verhuizen.

ALSEMKRUID, z. nw., o.. = (Kruidkunde) SintJanskruid, Artemisea vulgaris, herbe Saint-Jean, armoise, fam. Comp..

Ook Wilde alsem.

Bij D. heet Art. vuig. bijvoet, Sint-Jansgordel.

ALT, bijw.. = Altijd. Ik heb alt alzoo gedaan en gesproken,

ALTEMETS, bijw.. — Z. Allernet.

AL-TE-RAS, z. nw., m.. — In het spr.: al-te-ras en vangt niet, haast en spoed is zelden goed ; zoo ook al-te-ras brak zijn been. D.

ALTERATIE, z. nw., vr.. = Groot en schielijke ontsteltenis door schrik veroorzaakt. V. C. D. Ikkreeg eene alteratie, als de eerste donderslag klonk Ook anteratie.

ALTEREEREN, werk., onov., (zijn). = Eene alteratie krijgen. V. D. S. Waarom kwaamt gij zoo

binnengestormd ? Ik ben er heel en gansch van gealtereerd.

Ook antereeren, veraltereeren, antreeren en verantreeren.

Sluiten