Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EERiD BEESBLOM , z. nw., vr . = (Kruidk.) : Potentilla atrosanguinea, potentille rouge, fam. Rosac..

— Torkruid , TormentiUa ertcta en T. yeptans, tormentille, fam. Rosac. D. vert. T. er. en rept. door bloedwortel en zevenblad.

EER<D)BEZENBOSCH, z. nw.. m.. Aardbeziestruik.

EERDE (zware e), z. nw., vr.. = Aarde. D.S.T. K.

Spr. : Van zijn eerde zijn. verslagen zijn, verbauwereerd zijn, uit zijn lood geslagen zijn. Niet Keten op wat eerde men staat, dom zijn. Dat met eerde gedekt is, is gauw vergeten, men denkt niet lang op de dooden. Veel voeten op de eerde hebben, veel geloop veroorzaken. Er uitzien gelijk de H. Eerde ', bleek, uitgemergeld.

— Z. Overeerde.

EERDEN (zware e), bijv. nw.. = Aarden. D. Een eerden test is eer versleten als een ijzeren.

EERDEMAKER (zware {), z. nw,.m.. - (Steenbakk.) Werkman die de aarde uitgraaft waar de steenen van gemaakt worden.

EERDESNIJiD)ER (zware e) z. nw., m.. = (Pottenbakk.) Werkman die de aarde snijdt om die nadien beter te kunnen bewerken.

— = (Pottenbakk.) Mes door den aardewerker gebezigd.

EERDETRAPPER (zware e) z. nw., m.. (Steenbakk.) Werkman die de te bewerken aarde met de voeten trapt.

Ook trapper.

EERDEWEG (zware e), z. nw., m.. = Weg geheel uit aarde bestaande zonder steen.

Aardeweg heet Zuidned. bij V..

EERDEWERK (zware <), z. nw., o.. - Aardewerk, pottengoed , potterie. De potbakker maakt eerdewerk.

Spr. : Van zijn eerdewerk zijn. Z. Center.

EERDKLAVER (zware?), z. nw., vr.. =j Kruidk.) Witte klaver, drijblad, Trifolium repens en Tr. pro cumbens, tréfle blanc ou rampant, fam. Papill..

Ook steenklaver.

Bij D. heet Tr. repens steenklaver en Tr. procumbens kroontjesklaver.

EERDMA(DE) (zwaref), z. nw., vr.. — Made diein den grond verblijft en goed gelijkt op eene gewone rups, maar zij is grooter en heeft geene wol, ?.

EERDPUT (zware e), z. nw., m.. = (Steenbakk.) j Diepe put waar men de te bewerken aarde uithaalt.

Ook kom.

EERDSPA(DE) (zware e), z. nw., vr.. = (Dijkw.) Gewone spade voor grondwerk. Zij bestaat uit een ijzeren blad dat, bij middel van een huis. op eenen steel gevestigd is. Z. Huis.

Ook grondspade.

EERDVLOER (zware e), z. nw., m.. - (Steenbakk.) Deel der steenbakkerij, vloer waar men de te verbruiken aarde met de voeten trapt.

EERDVLOO (zwaree), z. nw., vr.. = Aardvloo. C.

EERLIJK, bijv. nw. en bijw.. — Z. Wdb..

Spr. : Eerlijk duurt het langst. Eerlijk end eerlijk, ook eerlijk en deugdelijk ; wat ik daar zeg, is eerlijk end eerlijk waar. Eerlijkheid is beter als geld. Zijt eerlijk en getrouw, maar betrouwt niemand. Eerlijk goed en brandt niet. Die eerlijk dient, verslijt wat hij wint. Eerlijk is opgehangen, omdat hij wittebrood gestolen had.

— Uit eerlijke schaamte iets doen of laten , uit eerbare schaamte, uit groote bescheidenheid.

— = Waarlijk. C. Ik zal 't eerlijk doen.

— Eerlijk waar, oprecht waar. C. Of ge 't gelooft of niet, 't is eerlijk waar wat ik zeg.

EERLING (zware e) z. nw., m.. = (Boer) Bank aarde die een spitter in éénen trek , in eenen gang, steek voor steek omspit. De eerling' is juist zoo lang als de spitvoor, gewoonlijk iets min breed dan de breedte van 't spablad.

Ook riem en riemling.

— (Boer) Den eerling trappenhet geploegde , geëgde of bezaaide land met de voeten vasttrappen.

EE(R)S , z. nw., m.. = Aars. C. D. K. ters, aers anus.

Komt voor in eersbeen, eersdarm, eersgat, enz.

EE(R)SBEEN (zware en scherpe e), altijd in 't meervoud gebezigd. = (Ontleedk.) Band , peesachtige uitbreiding van het steertbeen tot het zitbeen , ligament sacro-ischiatique. Veur 't kalven worden de eersbeenen week.

— = (Boer) Uitpuiling van de schouders van de voorste beenen eener koe. Een goede melkkoe heeft dikwijls groote eersbeenen.

EE RiSDARM. z. nw.,m.. = Endeldarm.

V. noemt aarsdarm verouderd.

EE(R)SGAT. z. nw., o.. = Onderend van een gevelden of afgezaagden boom. S.

Bij C. eersend.

Aarsgat, in deze beteekenis, heet Zuidned. bij V..

Ook stuikgat.

Z. Ersgat, bij Verdam.

EE(R)STE , bijv. nw.. — Z. Wdb..

Spr. : De eerste van achter (of van achter af op) ie beginnen , de laaiste. Onthaald worden gelijk de eerste dag van den vasten. Eerst en vooral; — eerst en vooral moet ik u zeggen dat....

— De eerste, de gereedste, wat u eerst onder de hand valt. Welken beetel moet gij hebben ? — Pak den eersten, den gereedsten.

— De eerste gelegenheid de beste.

Bij V. t< de eerste de beste gelegenheid. »

— = Uitnemend , tzij in 't goede, tzij in 't kwade.

Sluiten