Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KATATERMUTS, z. nw., vr.. — Juffrouw katatermuts, bijnaam der kat.

KATEIL, z. nw., o.. = Opschik, tooisel. D. K. supellex. Op Paschen deed grootmoeder heur kateil aan.

Veroud bij V..

Z. Verdam.

KATELIJNEWIEL, z. nw , o.. = Zekere velziekte , herpes circiné, tonsurant of psoriasis.

Bij C. hatrienewielljes en katrienedraaihens; bij D. hatrijnewiel; bij S. katrienwiel en katrijncwiel.

Ook hortelijnewiel.

— = Plaats op den akker waar de klavers wegteren.

Ook wiel.

KATER, z. nw., mv — Z. Wdb..

Spr. : Zoo grijs, valsch als een hater. Klimmen , ronken gelijk een hater. Lonken gelijk een kater deur een mozegat, onderop kijken, valsch loeren. Er heeft daar een kater gepist, het deugt daar niet, er is look in den meersch.

KATHOLIEK, bijv. nw.. = Goed, deugdelijk, gelijk het behoort. C. Die frank schijnt er mij niet katholiek uit.

KATJE, z. nw., o.. — Z. Wdb..

— Katjes. Z. Katten.

KATJESSPEL, z. nw., o.. = Jokkend gevecht dat eindelijk ernstig wordt. C. S. K. katten-spel, ludus sive jocus hostilis et simulatus. Van dat katjesspel zal nog vechten komen. V .

KATO (klemt, op to), z. nw., vr.. = Catharma. R.

KATOEN, z. nw., m., (niet o.). —Z. Wdb.. T. R.

Spr.: Katoen geven, klouw geven, driftig te werke gaan, zijn uiterste best doen.

KATRIEN , z. nw., vr.. — Z. Wdb..

Spr. : Als Sinte Katrien in het wit Komt, dan zal 't veel sneeuwen. Als Sinte Katrien ijs laat zien, dat is niet naar onzen dank , want dan vroos het eens zeventien weken lang.

KATRIEN, KATRIENBLOM , z. nw., vr.. — Z. Allerheiligenblom.

KATTECOLERE, z. nw., vr.. = Gramschap die niet duurt.

KATTEGESPIN , z. nw., o.. — In de spr. : Eerste gewin is kattegespin, de eerste winst heeft weinig belang.

KATTEKEPOES (klemt, op poes), z. nw., o.. = Hipolais polyglotta, hipolaïs polyglotte.

Ook lepkentwee, lintenwever, pietjekool, literoen, tistenhoed en zevenzanger.

KATTEKOP, z. nw., m.. = (Schipp.) Dommekracht, werktuig waar men zware voorwerpen mede kan oplichten of zachtjes neerlaten.

—: Soort van grooten zoeten appel met witachtig

vel, niet fijn van smaak C. S. T. R.

KATTEKRUID, z. nw., o.. = (Kruidk.) Watervaleriaan, Valeriana officinalis, valêriane officinale, herbe aux chats-, fam. Valer.. D. vert. V. off. door hattepier en stinkaard.

Ook verdejana.

KATTEKULLEN, werkw., overg., onsch.. — Plagen zonder erg. Ze hebben in de herberg malkander een heele uur gekattekuld.

KATTEMOER, z. nw., vr.. = Slechte, ontaarde moeder.

Bij C. kattemoier.

KATTEN , z. nw., vr., meest meerv.. = Mannelijk bloeisel van verschillende boomen en struiken, als van els, hazelaar, notelaar, kanada, abeel, enz.. C. S. K. nucamenta, comoc in nucibus, corylis, populis scilicibus et similibus in quibus semina dependent.

KATTEN, werkw., overg.. — (Kinderspel) Een kind kat iemand als het iemand aanraakt van de makkers die het vangen moet. S.

KATTEiN(GESCHREEUW, z. nw., o.. = Geschreeuw van katten ; slecht en snijdend gezang van scherpe kinderstemmen.

KATTElNiPIS, z. nw., m., (niet vr.). — Z.Wdb..

— = Zeer slechte drank.

KATTEPOES , z. nw., vr.. = (Vriendelijk of kin¬

derlijk) Kat, poes. S.

KATTESTEERT, z. nw., m.. —Z. Ezelseten.

— (Wilde) = (Kruidk.) Chenopodium rubrum, anserine rouge, fam. Chenop..

— Z. Armant.

Spr. : Zet 'nen ezel in de klavers, hij eet er den katte-

steert uit.

KATTESTRONT, z. nw., m., (niet vr.). - Z. Wdb..

Sp.. : Mijn oogen zijn geen kattestronten, ik heb het goed gezien. Duzend franken is geen kattestront, dat telt, heeft weerde.

KATTEPOOT, z. nw., m.. = Hand samengetrokken en stijf door de koude. Ik heb zulk een kou dat ik geen kattepoot meer kan zetten,

Spr. : Kattepootjes bezigen om de noten uit het vuur te krijgen, van iemands bereidwilligheid gebruik maken om zelf aan eene moeilijkheid te ontsnappen.

KATTEVAL, z. nw., o.. = (Schipp.) Touwken om 't zeil van onder wat op te trekken.

KATTIG, bijv. nw.. = Tochtig, van katten gezeid.

KATVRIJ, bijv. nw.. — (Kinderspel) Niet mogende gekat worden.

De roep katvrij is hetzelfde als ik verbet mij. Men roept zich katvrij als men te vermoeid is, als men zich bezeerd heeft, enz..

Sluiten