Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MA , z. nw., vr..

Mama verkort, bij kinderen.

MAACH, tusschenw.. — Och ! S.

Duidt verveling, ontkenning aan. Maach ! waarom vraagde altijd 'tzelfde ?

MAAG. z. nw.. vr.. —Z. Wdb..

— Dat eten blijft op mijn maag liggen, het verteert niet.

Spr. : Dal zal htm lang op de maag liggen dat zal hij lang onthouden. Itts op dt maag krijgen, berispt worden.

MAAGBITTEREN, z. nw., m.. Maagbitter C.

MAAGD. z. nw., vr.. == Wisch het eerste jaar gegroeid van eene ingesteken wisch.

Ook maagdenwisch , maat en mattwijm.

MAAGDE N BLOM , z. nw., vr.. — Z. Kantmtktn.

MAAGDENHEUNING, z. nw., m.. = (Bieman) Honing die in raten geplaatst wordt waaf vroeger

nooit honing, noch biebrood, noch broed in gestaan heeft. K. mtl virgineum.

MAAGDE(NjKEE(R S (zware t), z. nw., vr. — Z. Kemingsketrs.

MAAGDEiNtMUUR, z. nw., m.. (Kruidk.) Montia fontana, fam. Portui. D. noemt het akktrband en porstleiitkruid.

MAAGDEiNjPALM , z. nw., m.. = (Kruidk. Evonymus argtnlea, fusain argenti, fam. Celastr.. Elders Ligustrum vulgaris. D. Vinca minor.

MAAGDENiVAREN. /. nw., m.. — lKruidk. Boomvaren, Polypodinm vulgart, polypodt commun. D. geeft, onder andere, duivelspluim en wilde varnte.

MAAGDE N WAS, z. nw., o. enm.. = (Bieman) Raten waar de bieën nooit honing, noch biebrood, noch broed in gelegd hebben. K. ccera pura.

MAAGDE NiWIS(CHi . z. nw., vr.. — Z. Maagd.

MAAGDEiN)ZAAD, z. nw., o..=(Boer) Zaad van toemaatklavers.

MAAGDE(N)ZWERM, z. nw., m. (Bieman Zwerm die , in hetzelfde seizoen , van eenen voorzwerm komt. D.

MAAGKEI, z. nw., m.. Kei die de gedaante heeft van eene maag.

MAAGPUT . z. nw., m.. = Maagkuil, htrltpul.

MAAIBEEN (scherpe;), z. nw., o.. Been dat al gaande buitenwaarts keert. C. D.

— Schimpnaam, iemand die maaibeent. D.

Ook meibeen.

MAAIEN, werkw. onov. (htbbin).

— =• (Pierspel) Op zijde eene heele rij kegels doen vallen.

Ook scherm.

— — Maaibeenen.

MAAISTEEK (zachte t), bijv. nw.. Wormstekig. S. Die appel is maaisteek.

— Wordt van fruit, aardappels en boomen gezeid.

Bij D. maaisttkig en maaisttthte.

Sluiten