Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OEPLA, OEPLALA, tusschenw.. — Uitroep als iets valt ; ook als men kinderen over iets heen helpt stappen of ze er over heft.

Bij C. hoepla, hoeplala.

OERSON, z. nw., m.. —In de spr. : 't Is juist Oerson Bartels, op iemand die ruw van handeling is.

OESE, tusschenw.. — Uitroep van pijn, oei ! D. S. Oesel mijn hand zit tusschen de plank.

Bij C. ots en oeis ; bij D. ook oes en oeske ; bij S. ook oes en oeske; bij R. oes en hoes ; bij T. house.

OESELKEN. z. nw , o.. — Z. Langsteertje.

OEST , z. nw., m.. = Oogst. V.

Spr. : Om 'nen goeden boer te zijn, moet ge drij oesten hebben , eenen op den zolder , eenen op 't veld en eenen in de kas. Zijnen oest opdoen , eene goede gelegenheid waarnemen om een goeden voorraad van iets op te doen.

OEST AFSPOELING, z. nw., vr.. = Feest voor de knechten en de meiden in de eene of de andere herberg , na 't binnenhalen van den oogst.

OESTAPPEL. z. nw., m.. - Zeer vroege appel.

Bij C. oogstappel.

Ook terfappel.

OESTEN. werkw. onov. (hebben). Oogsten, aan den oogst werken. D.

— = De achtergelatene koornaren oprapen van den akker, zanten maken, glaner. D. De jongens gaan achter den schooltijd dikwijls oesten.

Bij C. oogsten ; bij D. ook oegsten

Z. Verdam.

OESTER, z. nw., vr.. - Z. Wdb..

Nooit mann. gebruikt.

Spr. : De rechters gaan met hel oesterhen weg en de pleiters nemen de schelpen, op rechtsgedingen voor geldzaken.

OESTKERMIS . z. nw., vr.. — 't Is de gewoonte dat een knecht, boven zijn gewoon huurgeld , nog een jaargeld krijgt, b. v., tien, twaalf, zestien, twintig frank , dat is, om zoo te zeggen, zijne kermis. De helft er van krijgt hij, als hij gehuurd wordt; en de tweede helft, als de oogst binnen is (de haver wordt niet bij den oogst gerekend), die daarom oestkermis geheeten wordt. Dat geld aannemen is eene verplichting voor den knecht van te blijven ; het weigeren of weergeven is zooveel gezeid als : ik verhuis.

OESTKLAVER. z. nw., vr.. = (Boer) Klaver na den oogst gezaaid. Men zaait er gewoonlijk wat rapen tusschen, opdat de klaver niet bevriezen zou.

OESTMAAND, z. nw., vr.. = Augustus. C.

Z. Verdam.

OESTTAS , z. nw., m.. — Z. Dorschwinkel.

OESTTIJD. z. nw., m.. = Oogsttijd.

Z. Verdam.

OEST VUIL. z. nw., o.. — Naam van eenige spelen die op zekere plaatsen geschieden, ter gelegenheid van het binnengehaalde graan.

OESTWAFEL. z. nw., vr.. = Wafel die op de boerenhoeve gebakken wordt, als heel de oogst binnen is, of's Zondags nadien.

OESTWEER (zachte e), z. nw., o.. = Weder gunstig voor het binnenhalen van den oogst.

OESTWOLK. z. nw., vr.. = Lichte, witte wolk, vooral des Zomers te zien.

Spr.: Achter oestrcolken kommen donderwolken.

OF. voegw.. — Z. Wdb.. Een man of acht. Het scheelde weinig of hij viel van de leer. Of gij roept en schreeuwt ik doe toch niet open. Hij deed of hij mij niet hoorde. Ik weet niet of hij kommen zal. Of ik blij ben ! Hebt gij er goesting in? — Of ik !

— = - Zoo niet, anderszins. C. D. Ge moet rapper gaan of gij komt te laat.

— = Als. C. D. S. Ik weet zooveel of gij.

— Komt dikwijls voor in de plaats van no.h. C. Hij kan mij niet hooren of zien.

— Wordt dikwijls weggelaten tusschen twee getallen. C. D. Hij heeft vier, vijfhonderd frank gedeeld. Ge hebt hier drij , vier dagen vernacht.

— Daar of omtrent, daaromtrent. Mijn vader is daar of omtrent zeventig jaar. Ik ben daar of omtrent genezen.

OFDAT. voegw.. Of. C. Kunde mij zeggen ofdat de burgemeester thuis is ?

Komt alleenlijk voor onderwerjs- en voorwerpszinnen.

OFFER, z. nw., m. (niet o.). Offering in de kerk tijdens eenen kerkelijken dienst. C. T. R. Daar is geen offer in de mis.

Bij Verdam m. en o..

— Ten offere(n) gaan, gaan offeren in eenen kerkdienst. C. R. De familie gaat in 'nen lijkdienst de eerste ten offeren.

Spr. : Ce zult de eerste zijn om ten offeren te gaan . zult slagen krijgen.

— = Het geld dat door de aanwezigen in eenen dienst geofferd wordt. C. De offer is veur den pastoor.

OFFICIE, z. nw., o.. = Getijden. De priesterleest alle dagen zijn officie.

OFTE, voegw.. = Of. V. C. D.

Komt maar in enkele uitdrukkingen voor : ofte wel, nooit ofte nooit, enz..

OJIEF. z. nw., vr. (niet o.). — Z. Wdb..

OKELAANTJE, z. nw.,o.. — Geënte mirabelh.

Sluiten