Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— = Kindsch. C. Het mensch moet bewaakt worden , want ze is onnoozel.

— = Flets, flauw , smakeloos. Die kooien smaken zoo onnoozel, ik ga er wat zout bijdoen.

ONNOOZELAARD, z. nw., m.. = Eenvoudige, lichtgeloovige. D.

ONNOOZELE-KINDERAPPELKEN, z. nw., o.. = Kleine appel. Hij werd vroeger door de boeren bewaard tot op Onnoozele-kinderendag om als geschenk te dienen aan de kinderen die het Onnoozel-kinderliedeken aan de deur kwamen zingen.

ONNOOZELE-KINDERBLOM. z. nw., vr.. -, (Kruidk.) Autennaria margaritacea , autennaire ferlit, immortelle de Virginie, tam. Comp .

Ook stervend strooblommeken.

ONNOOZELHEID, z. nw , vr.. — Z. Wdb..

— = Nietigheid , beuzelarij. Ze vechten veur een onnoozelheid.

ONPAS, z. nw., m.. — Ten onpas, niet op het goede oogenblik. Ge komt ten onpas.

Bij V. te onpas.

ONPATIENTIG, bijv. nw. en bijw.. =. Ongeduldig. K. impatiens.

Bij C. en R. onpatiensig.

ONPLICHTIG. bijv. nw. en bijw.. -Onschuldig. C. Die mensch is onplichtig veroordeeld.

Zuidned. bij V..

ONPLUIS. bijv. nw. en bijw.. = Verdacht, slecht. Dat hij weggevlucht is , komt mij onpluis veur.

ONPUNTELIJK. bijv. nw.. — Onbetamelijk, niet deftig. Er kwam geen enkel onpuntelijk woord uit zijnen mond.

Z. Onpoentelikebij Verdam.

ONRECHTIG, bijv. nw.. — Z. Ongerechtig.

ONRECHTVEERDIG (zware e), bijv. nw. en bijw.. = Onrechtvaardig.

ONRECHTVEERDIGHEID. z. nw, vr.. = Onrechtvaardigheid.

ONS, z. nw., vr. en o.. — Z. Wdb.. C.

Spr. : Een ons geluk is beter als een pond verstand.

ONS. pers. voornw.. — Z. Wdb..

— Dat moet onder ons blijven, mag aan niemand verteld worden. Onder ons gezwegen en op een ander verteld. Z. Ander.

ONS , bezitt. bijv. nw.. — Z. Wdb..

— Ons Heer, Ons lieve Heer. Z. Heer.

— Ons lieve Vrouw, de H. Maagd ; Mariabeeld ; — Ons lieve Vrouw wordt in de processie gedragen.

— Ons lieve Vrouw van hierboven. Kinderspel. Er is een onbepaald getal spelers. Men telt af wie er O. L. Vrouw moet zijn en wie er rond moet gaan.

O. L. Vrouw zet zich op haar huksken in het midden der speelplaats; al de anderen staan er dicht rondom met het aangezicht naar het midden gekeerd. Nu gaat er een meisken rond en vraagt : Meisken. — Wie zit eronder dezen toren ? O. L.'V. antw. — O. L. V. van hierboven.

Meisken. — Ik zou er geerne'nen steen uittrekken. O. L. V. — Nen steen kan mij niet letten.

Meisken. — Ik zou er geerne twee uittrekken. O. L. V. — Twee is te veel.

Trapken op,

Trapken uit.

Trek er dan maar iemand uit.

Nu kiest het rondgaande meisken eene gezellin uit die met haar mede rondgaan moet. Zoo doet men , totdat al de meisjes gekozen zijn.

ONSEL.—Het onsel, het onze, bezittelijk voornaamw.. Zijn huis ziede van hier , maar 't onsel niet.

ONSELT. — T'onselt, te onzent. Als ge t'onselt komt, zal ik u mijn boeken laten zien.

ONS-LIEVEN-HEERENBLOM. z. nw., vr..

— Z. Kloosteroog.

ONS-LIE'VE)- VROUfWEiNBEDSTROO . z.

nw., o.. — Z. Bedstroo.

— = (Kruidk.) Luzula campestris, luzule des champs, fam. Junc,

ONS-LIEi VEj-VROUWBEESTJE , z. nw.,o..

— Z. Lieve-Vrouwbeestje. D.

ONS-LIE(VE)-VROU(WElNBORSTEL,z.nw, m.. = (Kruidk.) Knoopkruid, Centatirea jacea, jacee des prés, fam. Comp.. D. Vert. het, onder andere, door hardhoofden , hondskoppen, ijzerkruid ens lijf stok. Ook O. L. Vr. Witselborstel.

ONS-LIE(VE)-VROU(WE)NDISTEL. z. nw., m.. — Z. Gezegend kruid.

ONS LIE(VE)-VROU(WE NEIKENS. z. nw., o., meerv.. — Z. Eiboomken.

ONS LIE(VE) VROU WEjNGLAZEKEN , z. nw,, o.. — Z. Hemdeken.

ONS-LIE;VEi-VROU(WE;NHAAR, z.nw, o.. = (Kruidk.) Tiarella cordicolia, tiarelle, fam. Saxifr..

ONS-LIEi VE) VROUiWE NHEMDKNOPKENS, z. nw., o., meerv.. — Z. Hemdeknopkens, 2° en 3".

ONS LIE(VE)-VROüWHEMELBRAND, z. nw., m.. — Z. Keuningskeers.

ONS-LIEfVEj-VROU^WENHEMEL VAARTBLOM, z. nw., vr.. — Z. Duzend-vliegenboom.

ONS LIE(VE)-VROU(WE)NHERT, z. nw., o..

— Z. Hertje.

Sluiten