Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de manspersonen : oud en stijf en nog geen wijf, oud en versleten en nog van geen weten. De oude dag is een gedurige ziekte. Als een oude schuur begint te branden, is er geen blusschen aan . op eenen ouden man of eene oude vrouw die wil trouwen.

— Oud vuil, nieuws dat men al lang weet. C. T. R.

— Tellen hoe oud ge zijt. Kinderspel. Elk op zijne beurt slaat zoolang hij kan , eenen kaatsbal tegen den muur, zonder dat deze den grond raakt. Elke maal dat de bal tegen den muur komt, telt men éen op, totdat hij eindelijk den grond raakt. De ouderdom van den gezel is het hoogste cijfer dat men telde.

— Oud manneken, oud vrouwken. Kinderspel. Een der kinderen is Oud manneken of Oud vrouwken (bij meiskens) en gaat gebogen met eenen stok in de hand. De andere komen achter hem en vragen ; « Oud manneken (vrouwken) mag ik meegaan ?

Oud manneken. Zulde braaf zijn ?

Kinderen. Ja.

— Hebde een schoon hemdeken aan ?

-Ja.

— Hebde een schoon vestje aan ?

— Ja.

— Hebde een schoon broeksken aan ?

-Ja.

— Hebde schoone kouskes aan ?

-Ja.

— Hebde schoone schoentjes aan ?

-Ja.

— Hebde uw haarkens schoon gekamd ?

-Ja.

— Hebde u schoon gewasschen ?

-Ja-

— Zulde stilzitten in de kerk ?

— « Neen ! neen ! » beginnen ze allemaal te roepen, en 't oud manneken zit ze achterna met zijnen stok.

— = Geboren. Zoolang als ik oud ben.

OUDE, z. nw., m. en vr.. — Z. Wdb..

Spr. : Gelijk de oude zongen, zoo piepen de jonge. Oude dood, jonge groot, de kinderen kunnen maar beginnen te werken en te verdienen , als de ouders dood zijn. Aan iets zijnen ouden zien of hebben , met een werk veel last hebben.

— z. nw., m.. = (Kinderspel) Die in 't overloopen in 't midden van het spel staat om de anderen te katten ; die in kapellenboer de anderen moet nazitten

OUDE, z. nw., vr.. = Leeftijd , verloopen tijd sedert de geboorte. D. S. K. oetas.

Zuidned. bij V..

Spr. : Van oude wordt de wolf grijs.

Bij C. ouder ; bij S. ook oudte en ouder.

— Van oude zijn, den besten, vereischten ouderdom hebben. Vanjaren zijn , is gevorderd in jaren zijn.

OU(DE)KEN. z. nw., o.. = Oude mensch, meest van vrouwen gezeid. C. De oudekens uit het hospitaal.

OU(DE MAN. z. nw., m.. = (Ziekte) Kwijnende toestand van kleine kinderen, die door slechte voeding of slechte spijsvertering , bij gebrek aan zorgen of door ziekte, zeer vermageren en dikwijls sterven, atrepsie. C. D. R.

OUDEiWIJVEN, z. nw., o, meerv.. — Z. Erwteblommeken.

— = Overwinterde spinazie.

OU(DKAAR, z. nw., vr.. = Oude-kleerverkooper.

Maakt in 't meerv. oud-kaars.

OU,D;-KAARMAR(K)T, z. nw., vr.. = Plaats op de markt waar de oud-kaars hunne waren verkoopen.

OUD) KAAR WINKEL. z. nw., m.. = Winkel van oude kleeren.

Spr. : Het ligt er gelijk in 'nen oud-kaarwinkel. gansch in wanorde , hul over hoop.

OUDiWETS. bijw.. = Ouderwets.

OUD WETSCH. bijv. nw.. --= Ouderwetsch.

OUTAAR, z. nw., m. (nieto.). — Z. Autaar.

OUlW), bijv. nw.. = Uw. Ouw vader is gisteren vertrokken.

OVEN, z. nw., m.. — Z. Wdb..

Spr. : Dat gaapt gelijk een oven, is zeer klaar. Nen mond hebben gelijk een oven, groot en wijd. Zooveel zorg hebben als een oven, zorgeloos zijn. De paal deur den oven steken. Z. Paal.

OVENBEEST. z. nw., vr.. — Z. Koolbrander.

C. D. S.

OVENBOOR. z. nw., m.. — Z. Bahkeet. S.

OVENBOORDER (scherpe o), z. nw., m.. = (Vogel) Phyloscopus sibilatrix , pouillot siffleur. C.

Ook ovendekker en ovenmaker.

OVENBUUR, z. nw., m . — Z. Bakkeet. D. S. K. fabrica furni.

OVENDEKKER, z. nw., m.. — Z. Ovenboorder.

D. S.

OVENHAK, z. nw., vr.. = (Bakk.) Hak met langen steel, die gebezigd wordt als de oven van achter moet gevloerd worden.

OVENHUIS , z. nw., o.. — (Steenbakk.) Uiterste van den oven. Ei zijn bij iederen steenoven twee ovenhuizen : het voorste , waar de steen gelost en geladen wordt ; het achterste, waar het vuur brandt.

OVENKOT, z. nw., o.. = Ovenhuis. D. S. R.

Spr. : Aprilsche poten zijn Meischt> ovenkoten, een poot in April geplant is in de Mei droog.

OVENMAKER, z. nw., m.. — Ovenboorder. D.

Spr. : Een ovenmaker is een remedie tegen de vorst.

Sluiten