Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

POORT^z. nvv., vr.. = Eerste rondgebogene stek der schuiftafel. Deur de poort spelen.

— Poortje, o., aars, achterste. C. K. anus.

— De gouden of de zilveren poort, hetzelfde kinderspel als de gouden appel of de gouden peer. Z. Appel.

POORTEN, werkw., onov. {hebben). = (Schuiftafel) Het schijfken door de poort spelen.

POORTOBBE (zachte o), z. nw., m.. -- Peurtobbe, houten tobbeken met eenen stok zoolang als de poorkodde Het .tobbeken drijft op het water zoover dat de visscher gemakkelijk den gevangen paling er in afschudden kan.

POOS (scherpe o), z. nw., vr.. — Z. Wdb..

— Mee pooztn, nu en dan. C. Mee poozen is hij goed bij zijn verstand, maar korts nadien begint hij weer te dwalen.

— Poozen, meerv.. barenswee. S. Goede poozen hebben.

POOSTIG (scherpe o), bijv. nw.. = Grappig, koddig.

POOT (zachte o). z. nw., vr.. — Z. Wdb..

Spr. : Pootjes worden boomen.

POOT (scherpe o), z. nw., m.. — Z. Wdb..

Spr. : Op zijnen poot spelen, in gramschap uitvaren. Iets op zijn poolen zetten, b. v. een opstel in behoorlijke orde zetten. Al wat hij doet, valt op zijn poolen, lukt. Zijnen poot achteruittrekken, zijn woord niet gestand houden. Iets opeten met hood en poot. Z. Hood.

— = (Schipp.) Kromhout geplaatst in de binnenzijde van een schip waar het aan de kimplank vastgemaakt is. De poot steekt ook een weinig omhoog ; hieraan is een deel der buitenzijde vastgenageld.

POOTBAND. z. nw., m.. POOTZEEL , z. nw., o.. = (Vleeschh ) Band , zeel waar men de pooten der beest mede openrekt om ze gemakkelijker 't vel af te doen. Aan dien band is een haak vast dien men in den poot steekt

POOTVAST (scherpe o), bijv. nw.. -= Niet geefachtig. C. S. Hij is pootvast als 't op geven aankomt.

POOTZEEL (scherpe e), z. nw., o.. — Z. Pootband.

POP , z. nw., vr.. — Z. Wdb..

Spr. : Dansen gelijk een pop. De poppen zijn aan 't dansen , het spel, de twist is aan gang.

— Z. Pannepop. C. S.

— = Pak plekkelingen.

— = Zaadbloem die na het albloemen bij sommige planter., gelijk de heulbloem , verschijnt.

— Z. Galpop. C.

Bij D. puppe.

— Iemand van de pop geven , slagen geven ; van de pop krijgen, slagen krijgen.

— = Binnengoed van den roltabak. C.

— Pop vlas, groote streng waarvan er vier in eenen steen gaan. K. pensum.

POPELIER. z. nw., m.. = Populier.

POPKE N SZAAD. z. nw., o.. = (Kruidk.) Vogelgierst, Moha, panicum germanicum of italicum. 't Is 't geliefkoosd eten onzer kanarievogels.

POPPELAP, z. nw., m.. = Lap waar de kleine meisjes kleederen voor hunne pop van maken. C.

POPPEN, werkw., overg.. —Z. Pannepoppen. C. Een dak poppen.

POPPE N)GOED, z. nw., o.. = (Potbakk.) Kleine aarden potjes, waar de kinderen mede spelen.

Ook speelgoed.

POPPETREES (zachte e), z. nw., vr.. = Speelpop , bij de kinderen. C.

POPSCHEER (zwaree), z. nw., vr.. = Soort van schaar op eenen stok, waar men de poppen of rupsennesten mede uit de boomen wegknipt.

POREI, z. nw.,m.. —Z. Parei.

POREN, werkw., onov. (hebben). — Peuren, paling vangen met den peurstok. C.

— = Uit de peul doen. Erwten poren.

Ook paren.

PORPEE (zachte e), z. nw., m.. — Z. Meepee.

PORREN, werkw., onov. (hebben). — Hard aan iets werken, veel geweld gebruiken. C. D. S K. moliri, conari. Ge zult moeten porren om dien boom uit den gracht te krijgen.

Zuidned. bij V..

PORREN, werkw., overg.. = (Schipp.) Wekken, wakker maken. V. De matroozen porren.

— Het woord is enkel op zeeschepen in gebruik.

PO RjSELEIN rs — ss en zz) z. nw., o. en m.. Fijnste aardewerk. Z. Wdb..

PORSELEIN (rs = ss en zz), z. nw., m.. (niet vr. - Plant. Z. Wdb..

PORTEFOELE. z. nw., vr.. = Brieventasch. portefeuille. "

PORTELAK, z. nw., m.. = (Kruidk.) Porselein, portulaca grandifiora, fam. Portulac.

PORTIERES, z. nw., vr.. = Portierster.

PORTIONKEL, z. nw., m.. = 2dc Augustus. C.

Spr. : Portionkel,

Ten acht wen donker.

POTRET, z. nw., o.. — Z. Wdb..

Spr. : Iemands portret trekken, zeggen wie hij is.

PORTRETTEEREN. werkw., overg.. — Z. Wdb..

PORTRETTENTREKKER. z. nw., m.. Photograaf. C.

Sluiten