Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

POSCHEEN (zachte c klemt, op scheen), z. uw., vr.. Schuifwand op het tooneel. Men steekt dikwijls de spelers op van achter de poschenen.

Bij D. poskenie en paschenie.

POST. z. nw., m.. = Langwerpige korte visch met dikken kop. V.

POST, z. nw., m.. — Z. Wdb.. Ieder is op zijnen post. Ik heb 'nen veurdeeligen post. Zijnen post opzeggen.

Spr. : Op zijnen post zijn, gezond, frisch. Van zijnen post zijn, ontsteld, ongesteld Nen post pakken , slecht van eene zaak doorkomen, zich haastig van kant maken ; — als die dronkaard mij nog geld vraagt, zal hij 'nen post pakken.

— = Klein deel eens akkers dat men huurt. C. Ik heb daar 'nen post patatten op dien akker.

POST. z. nw., m. (niet vr.). = Postbureel , postkoets.

— Z. Bodeken.

POSTELEIN, z. nw., m. en o.. - Porselein, fijnste aardewerk.

POSTELEIN, z. nw., m.. — Porselein, kruid. V.

POSTELEINEN, bijv. nw.. = Van porselein. D. Een posieleinen postuurken.

POSTELEN. werkw., onov. [hebben). -= Knorren, ontevreden zijn. C. 't Is onverdraaglijk met u te leven . ge zit gedurig te postelen.

POSTKAART, z. nw., vr.. = Briefkaart. C.

POSTLEE R.S (zware e), z. nw., vr.. — In de spreuk : Zijn postleerzen aanhebben. zeer haastig gaan.

POSTUUR, z. nw., o.. = Borst-of standbeeld, groot of klein, dat geenen Heilige verbeeldt C. D. de postuur. S. T. R. Op de schouw stonden drij postuurkens,

— — (Schertsende) Iemand die mismaakt van gestalte is. C. D. S. T. R. Wat veur een postuur is toch die orgeldraaier !

POSTUURMAN, z. nw., m.. = Iemand die in eens anders naam handelt. De bakker zelf heeft dat huis niet gekocht. hij is maar een postuurman.

Ook strooman.

POT, z. nw., m.. — Z. Wdb..

Spr. : Zoo doof', :wart als een pot. De vrouw moet heur moeien met potten en pannen. Tusschen pot en pint, al drinkende. l)e pot is zoo vuil als de pan, op twee personen die beiden niet deugen. Over den pot springen , te laat, achter het maal komen, als alles opis. Rond den pot draaien, de gestelde vragen ontwijken. Ieder draait zijnen pot op zijn manier, ieder schikt zijn eten , zijne zaken enz., naar lust. Nen vuilen pot eten aan de hand hebben, voor eene moeilijke zaak staan Hij mag een potje breken, men is toegevend voor hem. Laat dat potje gedekt,

zwijg daarover. Potje breek, potje betaal, die iets breekt, moet het betalen, 't Is een potje Gods. Z. God. Daar is geen potje of daar past een scheelken op. iedereen, hoe mismaakt ook. kan man of vrouw krijgen. De pot verwijt den ketel dat hij zwart ziet. 't Is maar van 'nen vuilen pot dat ge besmolikeld wordt.

—- Achter den stam van werkw. gevoegd, vormt mann. persoonsnamen met eene ongunstige beteekenis. C. Raaspot, mooschpot, enz..

—- Vormt talrijke bastervloeken. C. Potverdikke.

— = Oude maat van twee liters inhoud. S. Een pot is twee pinten.

Bij R. : maat van drij pinten.

— = (Bieman) Cel van eene raat. Al de pottekens zitten vol heuning.

POTAFEER (zware e), z. nw., m.. — In de vergelijk : Zoo zwart als potaj'eer, zeer zwart.

Z. Pot-d-faire bij S..

POTAGIE. z. nw., vr.. = Moeskruiden. C. Ik eet dezen noen de eerste potagie uit mijnen hof. Spinazie is goede potagie.

POTAGIEHOF.z. nw., m.. '= Moestuin. C.

POTBAKKER. z. nw., m.. — Pottenbakker. C K. figulus.

POTBESSEM. z. nw., m.. = Bezem waar men de ijzeren potten mede uitschuurt. S.

Bij D .potbezem.

Pottebezem , Zuidned. bij V..

Ook potschrobber en pottenboender.

POTBLOM, z. nw., vr.. — Z. Janoffel.

POTDEKKER , z. nw., m.. = Vertinner.

POTDEKSEL . z. nw., o.. = (Schipp.) Klein verheven dek van voren op een zeeschip.

POTDICHT, bijv. nw. en bijw.. = Zeer dicht. C. De deur sluit potdicht.

POTDONKER. bv. nw.. -= Zeer donker. C.

POTEERDEGROND izware e) z. nw., m.. Grond die lagen potaarde bevat.

POTFLESCH, z. nw., vr.. = Flesch met korten hals en dikken buik. C. S.

Bij D. potflasch en potjiassche.

POTHEI DjE, z. nw., vr.. Verscheiden gekweekte Erica's.

POTHUIS , z. nw., o.. = Werkplaats van den pottenbakker.

POTIE, z. nw., vr. = Portie , zulke hoeveelheid als er voor de gasten noodig is. C. Een potie visch veur zes man.

— = Gerecht. C. Wij krijgen vandaag vier poties , omdat het vaders feestdag is.

Sluiten