Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S, z. uw., vr.. = Dubbele haak of dubbel oog in den vorm eener S. Wordt, onder anderen, door de vleeschhouwers gebezigd.

SAAI, z. nw., vr.. = Sajet. C. K. scuye, saeyettc — vest is subserica.

SAAIEN, bijv. nw.. = Van sajet. C. Saaien kousen.

SAAIWINKEL, z. nw., m.. = Sajettenwinkel.

SA AL, z. nw., m.. = Flauwe praat.

Bij S. saaitl.

SAAR, z. nw., vr.. = Soort van korten lijnwaden kiel. De boerin spon zelf het garen veur de saar van heuren man.

SAARGE, z. nw., vr.. = Beddeken. C. S. K. sargie, beddekleed, straguhim.

Spr. : Onder de groene saar ge liggen, begraven zijn.

SAARGE(N;F ABRIEK, z. nw.. o.. = Fabriek waar men dekens weeft.

SABEL, z. nw., m. (niet vr.). — Z. Wdb. C. R.

Ook savel.

SACRAMENT , z. nw., o.. — Z. Wdb..

— = Al schertsende, vrouw, echtgenoote. C. S.

SACRISTIJN, z. nw., o.. = Sacristij. C. S. R. Van in 't sacristijn kan de koster naar huis gaan.

Ook sakerstijn.

SADEEREN. werkw., overg.. = (Smid) Soldeeren, soud.tr.

SAFFELEER, (leer, zware <) z. nw., m.. = Die moeilijk gaat, die saffelt. D. S.

Ook seffeleer en sjaffcUtr.

SAFFELEN, werkw., onov. (hebben en zijn). — Moeilijk gaan, zwak te been zijn. C. D. S. Dat oud manneken is weer veur ons deur gesaffeld.

Bij C. ook schaffelen ; bij D. ook tjaffelen.

Ook stffelen en sjaffelen.

SAFFRAAN, z. nw., m. (niet vr.). — Z. Wdb. C. R.

Spr. : Haar gelijk saffraan, ros.

Ook solferaan.

SAFFRAAN, z. nw., m.. —Z. Mosstlkens.

SAFFRAANTJE , z. nw., o.. — Z. Floergat.

SAKER, z. nw., m.. = Vloek. Hij rooide van kwaadhèid 'nen saker uit.

Bij C. D. en S. sakker.

SAKEREN, werkw., onov. (hebben). = Vloeken, grove woorden zeggen. Hij stond daar te roepen en te sakeren dat al de geburen buitenkwamen.

Bij C. D. S. en R. sakkeren.

SAKERSTIJN, z. nw., o.. — Z. Sacristijn. C. S.

SALA(DE), z. nw., vr.. — Z. Wdb..

Spr.: Salade eten, kropsalade eten, verdriet moeten opkroppen. Iemand een salade geven, eene berisping.

SALA(DE)BLOM , z. nw.,vr.. = (Kruidk.) Erigeron speciosus , érigeron de Californie, fam. Compos..

SALAMANDER, z. nw., m.. — In devergelijking : zoo vinnig als een salamander, driftig, spoedig kwaad.

SALDAAT, z. nw., m.. = Soldaat. C.

Sluiten