Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

goede kans laten ontsnappen. Zijn spek is op, hij heeft een zeer hoogen hoed op.

— = Spint', aubier. C. D. K. albumum.

Ook zacht hout.

SPEK. z. nw., m.. = Suikerspek, lekker. S.

Zuidned. bij V..

Bij D. spekke (vr.).

SPEKBAK, z. nw., m.. — Z. Holzak.

SPEKDAM, z. nw., m.. — (Dijkw.) Kleine dam die langs eenen stroom of eene rivier aangelegd wordt om het aanwassen van een schor te bevorderen.

SPEKELBOOR (scherpe ol, z. nw., vr.. — (Schrijnw.) Gewone handboor. D. S.

Ook spiechelboor.

SPEKHALS. z. nw., m.. — Z. Wdb..

— = Peerd met dikken , vollen hals en veel vet onder de manen.

SPEKMA(DE), z. nw., vr.. Larve van den meikever.

SPEKTAKEL. z. nw., o.. — Spotnaam. Wat een aardig spektakel is dat oud wijveken !

SPEL. z. nw., o.. — Z. Wdb..

Maakt altijd spelen in 't meervoud.

— = Ruimte waarin of waartusschen iets gemakkelijk bewegen kan. C. D. S. De deur sluit niet, omdat zij te veel spel heeft.

Z. ook Spelen.

Spel maken van. Z. Kas, 2°. D. Hij maakt veel spel van zijnen prijs en och arme ! 't is een boek dien ge overal koopen kunt.

— Kort spel maken met iets, spoedig met iets gedaan maken. C. D.

— = Moeite, last, onaangenaamheden. C. D. S. Een moeder heeft veel spel met een klein kindje. == Dansmuziek. C. S. In vijf herbergen is er spel.

— = Harrewar, gewoel, twist. C. D. T. Als de man zat thuis komt, zal-'t spel weer aan den gang gaan.

— Zaak, wondere zaak, zonderling iets. C. T. Zoo zes dagen regenen , dat zijn spelen !

— Op 't ende van't spel, op 't laatste , eindelijk. C. Koop dit, koop dat, hoor ik u altijd zeggen, en op t ende van t spel hebde geen geld om ons huishuur te betalen.

SPELEN, werkw., overg. en onov. (hebben). — Z Wdb..

Spr. : Met zijn leven spelen, zijn leven wagen. Schoon weer spelen. Z. Schoon. Iemand verloren spelen, zich heimelijk van iemand verwijderen. Met open kaart spelen, zonder gevèinsdheid handelen. In iemands kaart spelen. Z. Kaart. Met zijnen kop spelen, koppig zijn. In 't gedacht of in 't hoofd spelen, voor den geest spelen. Schampavie spelen. Z. Schampavie. Op zijnen poot spelen. Z. Poot. Van spelen komt kwelen, het spel ontaardt dikwijls in twist.

Met een zeker werk spelen , het zeer goed kennen, er geen de minste moeilijkheid in vinden.

— = (Kaartsp.) Deel nemen in 't spel, tegendeel van passen. C. D.

— Spelens, spel, vrije beweging. R. Mijn schoenen zijn te wijd, ik heb er te veel spelens in.

— = Dwalen , suffen. C. S. Die man begint te spelen , ge moet er niet naar luisteren.

— Uit spelens, om te lachen, niet ernstig. C. Hij heeft dat maar uit spelens gezeid.

— (in) = Liefhebber zijn van. C. S. R. Hij speelt in de oude boeken.

SPELLE. z. nw., vr.. = Spelde, épingle. D. S. K. acicula.

Spr. : Spellen zoeken , met het hoofd in den grond loopen, diepzinnig zijn. Laat er ons een spelle in steken, niet langer over spreken. Dat is geen spelle van zijn mouw, dat heeft haast geen weerde voor hem, die uitgave wordt hij niet gewaar.

— Spelleken scharren. Kinderspel. De jongens leggen twee spelden op tafel en spelen met tweeën. Ieder overhands duwen ze op den kop der spelden totdat deze gekruist liggen. Dan neemt ze degene die ze kruis legde, met den duim op en legt ze in de andere hand. Valt er eene, dan zijn ze voor den anderen maat.

— Spelleken leggen. Kinderspel. De kinderen spelen gewoonlijk met tweeën, soms met drijen en vieren. Een der spelers neemt in ieder hand eene speld en houdt de handen achter den rug, waar hij zorgvuldig de speld in de holte der hand verbergt .

Hij brengt de handen , gesloten , voor zich, de nagelen der vingers naar boven gekeerd. De andere speler legt op iedere hand eene speld tusschen de toppen der vingers en in den palm der hand. Indien de spelden nu alle twee met de punt of met den kop naar den kant des duims gekeerd zijn, wint de legger ; liggen zij anders, dan verliest hij. Die eerst de spelden wegsteekt, mag dit zoolang hernemen als hij wint. Zijn er verscheidene kinderen aan't speldeken leggen, dan is er toch altijd maar éen legger die achtereenvolgens de kans bij al de spelers waagt. Verliest hij , dan gaat hij in de plaats van den winner staan die de ronde voortdoet.

Soms speelt men anders.

Een meisje legt onzichtbaar eene speld in het binnenste van hare hand en laat dan de twee vuisten goed gesloten zien aan den tegenmaat. Nu moet deze laatste eene speld op de vuist leggen waar de andere in zit; terwijl_zegt zij :

Hoten patoten,

Waar liggen de beste noten ?

Hier ? waar ? daar !

Heeft zij hare speld gelegd juist op de hand waar de andere in zit, dan is zij gewonnen ; ligt de speld op de ledige vuist, dan is zij verloren.

— Speldeken schieten. Kinderspel. De kinderen spelen

Sluiten