Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bult, karrekas,

Viool en bas Een trommelken mee geld Waardat de bult op speelt.

Op eenen manke :

Mankepoot,

De duvel is dood ,

D'hel is vol palullen gestrooid.

Op eenen schele :

Schele wiep. schele wap, Waaraf kookte gij pap ?

— Van groen en van geel.

— Daaraf ziede gij scheel.

Op Constant :

Stant,

Schijt in mijn hand En rooit het over den elsenkant.

Op Antoon :

Toneken,

Mijn zoneken ,

Wanneer zal 't zijn ?... t' Avond, in den avond In den maneschijn.

Op Petrus:

Piet!

Schiet Nen bal in zijn gat Dat hij zeven eikens kakt.

Peer,

Lieven heer,

Mijnen teen doet zeer !

Peet,

Scheet,

Opgevouwen (opgevaan) En in de beste kas gelaan.

Pier,

Zeekt in 't vier,

Zeekt in de asschen , Den hond zal bassen.

Op August:

Gust (Gist)

Heeft in zijn bedde gepist.

Op Frans :

Fransooken,

Danst op een strooken Paar en paar. 'k Wensch u een zalig nieuwejaar,

Op Siska :

Siska, gade gij mee ? 't Water loopt uit uw sletsen ,

Als ge nie mee en gaat, Zal ik op uw wezen kletsen.

Op Trees :

Trees,

Stekelbees,

Kallebas,

Opgeblazen tooveras.

Op Colet:

Colet, petet,

De boter is vet,

De kaas is mager,

Den hond is mijn zwager,

De kat is mijn nicht,

Geef ze ne plak op heur gezicht.

Colet, petet,

De boter is vet,

De kaas is rood,

De duvel is dood.

Op Joanna :

Zjo , piro,

Kust de billen van den marteko.

Op Julia :

Mama, papa,

Den hond heeft mij gebeten,

't Is Julie heur eigen schuld (schild)

Da ze den hond geen eten geven wilt.

Op eenen soldaat :

Soldaat,

Kameraad Uit de peperstraat,

En hij pakt zijn geweer En hij schiet z' omver.

Op peter en meter :

Peetje Laat een scheetje En meetje laat er drij.

O ! die leelijke vuile prij.

Op eenen wever :

Daar zat ne wever op zijn getouw,

Blauw van honger en grauw van kou. Hij weefden al dit en hij weefden al dat En hij weeft het hemdeken van zijn gat

Nog op eenen wever :

Daar zat ne wever te schijten Te midden in het groen;

De tingelen kwamen hem bijten.

Hij zei ; 'k zal 't nie meer doen.

Op eenen koster :

Koster, paternoster,

Slaagt de koster Op zijn hoofd Dat zijn broek afslooft.

SPOTSGEWIJZE, bijw.. = Spotswijze.

SPOTTEREER (zware;), z. uw., m.. = Die spottert, veel spot.

Sluiten