Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VELDMUUR, z. nw„ m.. = (Kruidk.) Guich- I heil, Anagallis arvensis, mouron, fam. Primul.. D. muurkruid.

VELDSPA DE), z. nw., vr.. = Gewone handspade ; zij is weinig breed en wordt voor alle werk gebruikt.

Ook ertspa.

VELDVIOLET. z. nw., vr.. = (Kruidk.) Viola agrestis, violette des champs, petitepensee, fam. Violar..

Ook wilde violet.

VELLEN, werkw., overg.. — Z. Wdb..

— Ook onov. : boomen omhakken. Ze zijn gaan vellen.

VELLEN, werkw.. onov. (hebben). — In de gep. woord. : Die vrouw scheldt en velt op iedereen.

VELLENPLOTER, z. nw., m . = Die de vellen ploot of plotert. Z. Pioteren. S.

VELLING, z. nw., vr.. == Velg. V. C. S. R. De vellingen van een wiel.

VELSPA(DE), z. nw., vr.. — Z. Breekspade. Zij wordt gebruikt door de boomvellers en is langer dan de gewone spade.

VENDEL, z. nw., o.. — Z. Wdb..

— Vliegende vendel, hemd, hemdsslip. S. Hij hoorde dat het brandde , en kwam buitengeloopen in zijn vliegende vendel.

VENIJN, z. nw., o.. = Ongedierte , rupsen. D. S. Er zit veel venijn op de canadaboomen.

— Wordt gezeid van al wat men in 't spel niet aanraken mag. Die kegels zijn venijn, mogen niet geschoten worden.

VENIJNIGAARD, z. nw., m.. = Venijnige, valsche, scheldnaam.

VENSTER, z. nw., vr. (niet o.). — Z. Wdb.. C. D. T. R.

Spr. : Zet de vensters open, uitroep om te zeggen : dat zijn leugens. Ons lieve Heer zal wel eens deur zijn vensterken kijken, zal met ons medelijden hebben , vooral bij ongunstig weer. Het vensterken krijgen, de absolutie niet bekomen in de biecht.

VENSTEREN, werkw., onov. (hebben). = Vrijen aan 't venster der geliefde. D. S. Hij staat alle dagen tot rond den tienen te vensteren.

VENSTERKASSIJN . z. nw., o.. = Vensterkozijn, vensterraam.

VENT, z. nw., m.. — Z. Wdb..

— = Echtgenoot. C. D. S.

Geen vent zijn, de geschikte, de bekwame man niet zijn. Gij zijt geen vent om tegen straatjongens op te komen.

VENT(E), z. nw., vr.. = De waren die men voor den verkoop bestemt of aanbiedt. D. S. K. venditio. O.

Bij V. : (w. g.) verkooping of op velling van enkele stukken.

VEPSERS, z. nw., vr., meerv.. = Vespers. C.

VER, bij w.. — Z. Wdb . Dat geweer draagt ver. Niet verder zien alsdat zijn neus lang is. Dat is verre onder den prijs. sVer met iets komen. Hij heeft het ver in de wereld gebracht. Dat gaat te ver. .Verre familie.^et is nog ver van lachen (niet zingen).<yer boven de vijftig zijn.

Spr. :°Iemand kennen van ver noch van bij, geenszins. rDe verre weg maakt den moeden man. < Kloeke held. ver van den vijand, stoute praters zijn dikwijls lafaards bij 't gevaar."Ver van huis vrijt rijk.

° Ver van hier stookt ginter vier.

— Verre gezet zijn , bijna geëindigd , bijna op , bijna dood zijn. C. De boter is ver gezet. De man zal er niet lang meer loopen, want hij is ver gezet.

— Verre peizen, vooruitzien. Gij zijt nu ongelukkig, omdat gij uwen tijd verspild hebt, maar ge waart jong en ge peisdet zoo ver niet.

— — Bijna , alverre. Hij is ver zoo groot als gij.

VERABUSEEREN, werkw., wederk.. = Missen. Ik heb mij verabuseerd.

VERACCORDEEREN, werkw., onov. (hebben). = Overeenkomen, in vrede leven. K. Man en vrouw moeten veraccordeeren , anders is 't leven een hel.

VERACHTEREN, werkw., overg.. = Vertragen. K. retardare. Het slecht weer heeft ons werk drij weken verachterd.

VERALT(E;REEREN, werkw., onov. (zijn). — Ontstellen , ontroerd worden. C. D. S. Ik ben van dat nieuws heel en gansch veraltereerd.

Ook verant(e)reeren.

VERANT(EjREEREN. werkw., onov. (zijn).— Z. Veraltereeren.

VERANDERLIJK, bijv. nw.. — Z. Wdb..

Spr. : Zoo veranderlijk als 't weer, als de wind.

VERARMOE DJEN, werkw., onov. (zijn). — In armoede vervallen. C. D. S.

VERASSUREEREN, werkw., overg.. = Verzekeren. V. C.

VERBABBEREERD , bijv. nw.. = Verbouwereerd, onthutst. C. S. T. R. Hij stond verbabbereerd en kost geen woord uitbrengen.

VERBABBEZAKKEN, werkw., overg.. = Verwoesten , bederven, verkwisten. D. S. Hij heeft al zijn geld verbabbezakl. Hij heeft zijn zaken verbabbezakt en nu wordt alles verkocht.

VERBANGEN, werkw., onov. (zijn). = Banger, zwoeler worden. De lucht verbangt nog, 't zal zeker donderen.

85.

Sluiten