Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En toch zijn wij nog niet gereed. Gij volgt Op mij... en dan, wanneer gij eens een zoon hadt. .. Fr. Hendrik. Maar eerst mijn werk, mijn taak.

Maurits. Mijn waarde broeder,

Vervul mijn wensch. Ik ben er op gesteld.

Wanneer ik heenga, treedt gij in mijn stappen, Treedt gij daarbij op als mijn erfgenaam, Althans.... wanneer wij wèl zijn. Anders kon — Ik sta wel aan het einde van mijn baan,

Kon 'k zelf nog wel eens huwen .... als het moest. Prinses. Dat zal niet noodig zijn.

Maurits. Het is te hopen!

Uw zoon kent nu mijn laatste' en grootsten wensch. Prinses. Waaraan hij zal voldoen — nietwaar, mijn zoon? Fr. Hendrik. Uw beider scherp vermaan is me een bevel. Prinses. Maar nu de daad!

Maurits. De daad volgt op het woord!

De daad is meer dan 't woord, dat toon ik straks! lste Lakei (komt op.)

Zijn Edelheid de Jonker Willem Friso Verzoekt een oogenblik. En tevens vraagt De President der Staten-Generaal Hoe 't heden met Uw Excellentie gaat.

Maurits. De President? En is die hier?

Lakei. Ja, hier.

Maurits. Zeg dat 'k hem gaarne zelf ontvangen zal,

Als hij ten minste een wijle wachten wil;

Doch laat den Jonker eerst maar bij mij toe.

{Lakei af.) Mijn waarde broeder, in mijn kamer ginds Vindt gij de vestingplannen op de tafel;

Wil die eens inzien en me uw meening zeggen. Prinses. Hij heeft een andre vesting thans te winnen;

Daarvoor maak ik het plan eerst met hem op.

Sluiten