Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fr. Hendrik. Zeer wel, terstond! Geef 't sein maar tot vertrek ! ( Van Weel af. Trompetgeschal links.)

Frederik Hendrik en Amalia.

A m a 1 i a. O mijn gemaal, moet gij mij nu verlaten ?

En nog zoo kort gehuwd....

Fr. Hendrik. Mijn kind, ik moet.

Amalia. Uw broeder is zeer ziek. Moet gij niet wachten ? Fr. Hendrik. Ik heb er op gewacht.

Amalia. Dus niet op mij ?

Fr. Hendrik. Amalia, mijn lief....

Amalia. Dat meent gij niet!

Fr. Hendrik. Gij zijt mij lief, maar ook het land mijns vaders Heeft rechten die ik niet vergeten mag.

Daar liggen in het veld bij duizenden soldaten : Zij wachten op het Voorwaarts uit mijn mond, En als ik in den Haag toei, snijdt de vijand Den pas ons af; mij dunkt dat 's zonneklaar ! Amalia. Gij hebt uw kolonels....

Fr. Hendrik. Kom kom, mijn liefste;

Dat weet ge beter; ik ben generaal!

Amalia. Waar gaat gij heen?

Fr. Hendrik. Naar Roozendaal.

Amalia. En verder ?

Fr. Hendrik. Dat weet ik niet!

Amalia. Een veldheer zonder plan!

Fr. Hendrik. Een veldheer kan zijn oorlogsplan wel kennen,

Al deelt hij 't ook niet mee.

Amalia. Meent gij wellicht

Dat ik niet zwijgen kan ?

F r. H e n d r i k. Ik wil 't niet vergen.

Men richt somtijds zijn oogen op het Westen En op het Oosten is het juist gemunt.

Amalia. Hebt gij dat óók gedaan toen gij mijn hand vroegt ? Fr. Hendrik, (streng.) Amalia, gij twijfelt niet aan mij ?

Sluiten