Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De magazijnen liggen vol.

Fr. Hendrik. Dat wist ik !

Hopman. De wallen vol kanonnen.

F r. H e n d r i k. Ja, dat is zoo !

Piet Hein. Heer, thans is 't mijne beurt. Zoo even heeft Het Land de glorie van de Zee verkondigd,

Thans spreekt de Zee uit naam hier van deez' allen En brengt U hulde voor uw goed beleid.

A m a 1 i a. En 'k voeg er bij : Piet Hein heeft Spanjes vloot

[bedwongen. Terwijl gij, mijn gemaal, de Stedendwinger zijt. Fr. Hendrik. Ik dank u zeer, mijn vrienden, voor uw lof; Maar aan van Gent van Dieden komt die toe En aan den dappren troep die hem verzeld heeft» Thans laat zich 't einde van den strijd voorzien. Wij laten al 't geschut uit Wezel komen Dat daar niet noodig is, en al den voorraad, En sluiten deze stad nog nauwer in.

De President der Staten-Generaal Ontvange mijn gelukwensch met de zege! Van Stirum, gij draagt zorg dat daadlijk boden Naar alle punten uitgezonden worden,

Eerst naar neef Casimir die met zijn Friezen Bij Arnhem ligt. Het leger van den Keizer Met zijn Kroaten, die de Veluw afdoen,

Moet ingesloten worden als het kan,

En Utrecht moet ook daadlijk tijding krijgen Dat 't dreigend leger lam geslagen is. —

Wat is 't een groote winst, Amalia !

Gelukkig dat gij tegenwoordig zijt!

Gij blijft nu hier totdat we ook meester zijn Van deze stad — wat dra geschieden kan —

Laat de kanonnen dondren, Spakenbroek ;

Zend kogels met de tijding naar de veste....

Sluiten