Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maarsch alk (snel op.)

Zijn Hoogheid snelt daar aan met lossen teugel,

Alleen, — vooruit, — reeds op het Buitenhof! (af.) (De Koningin van Bohemen met twee Hofdames.) Amalia. Mijn dank, Uw Majesteit! Bohemen's kroon Komt nieuwen luister brengen aan mijn feest!

(Zij wijst de Koningin haren zetel!)

Maarschalk (komt op.) De Prins !

Duivenvoorde (snel op.) Zijn Hoogheid is er reeds, Mevrouw!

Frederik Hendrik snel op, even als de anderen door de rechter kolo?inade. A?nalia treedt hem terstond tegemoet en bindt hem haren zakdoek voor de oogen. Fr. Hendrik. Hoe? Mag ik u niet zien, mijn allerliefste? Amalia (geeft het sein dat men het gordijn opentrekken moet) Terstond, terstond! Een oogenblikje slechts!

De pages trekken de gordijnen open. Men ziet op twee of drie verhoogingen achter elkaar: Maagden in het wit, met slingers van laurieren en palmtakken. In het midden de Unie, met twee herauten, die het Statenwapen en dat van Oranje-Nassau dragen. Eene Maagd van Gelderland, eene van Holland, Zeeland, Utrecht, Friesland, Overijsel, Groningen, Drenthe, ieder met haren Heraut; de Stedemaagd van Den Bosch met verbroken boeien in de hand,

met den Heraut van Brabant; de Maagd van Maastricht,

met een boei om den eenen arm. met den Heraut van

Limburg; de Stedemaagd van Amsterdam met Heraut. De

Maagde7i van de voornaamste Nederlandsche steden 7net haar Herauten. Al deze Maagden, hetzij in het costuum of de kleuren van hunne provincie of stad, hetzij in het wit met eenig attribuut. Koor van Zangers en Zangeressen en Bazuinblazers. Zoodra het gordijn is weggeschoven, neemt de Prinses den zakdoek weg en wordt er geestdriftig aangeheven met begeleiding van koperinstrumenten:

Sluiten