Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doorgaans hunne zuivere qualiteit : Christus eet 3, 113, 25; hi neemtet 3, 25, 16; pleecht 2, 69, 13; gheeft 2, 189, 4;

naast : pleget 1, 15, 21; 86, 26; 87, 17; seget

1, 106, 15; weghet 3, 18, (6: nemetse 3, 38, 2; vernemet 3, 17, 20.

Toch, wanneer de stamkl. e was en syncope der e van den uitgang plaats had, verloor de zuivere e onder den invloed van de volgende consonnantenverbinding (slotmdkl. v. d. stam -t~ t van den uitg.) zeer dikwijls haar zuivere qualiteit. Dit vond gewoonlijk plaats bij de werkw. waarvan de stam op t uitgaat : hi verg het 2, 172, 10; verghetse, 2, 206, 22; hi edt

2, 202, 14; ghi edt, 3, 144, 21; die et 3, 170, 26;

edt (imper.) 3, 153, 17.

Ook het werkw. weten komt dikwijls met onzuivere e voor : ghi wet 1, 187, 14; wetstu 5, 214, 22; 222, 25.

Verder treft men de onzuivere e aan bij de werkwoorden op k : hi sprect 2, 150, 10; sprect (imper.)

3, !3i» 17-

Somwijlen bij werkw. met een anderen slotmdkl.; bij nemen is de vorm met onzuivere e de

gewone vorm :

hi nemt ware 1, 97, 1; benemt 1, 103, 23; waernemt 3, 8, 10; hi nemt 3, 16, 23; toenemt 3, 25, 3 (naast toeneemt 3, 25, 3).

De genoemde consonnantenverbinding kon ook het verkorten van oorspr. ü voor gevolg hebben : beslut 1, 3, 2; besludt, 2, 165, 7>

ook van oorspr. i : verbitse 2, 178, 19.

De ie pers. meerv. gaat uit op -en of -n : wi behouden, venden, ontfaen, verstaen.

Bij inclinatie van -wi heeft men assimilatie der -n aan de w :

Sluiten