Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

soecti 3, 52, 7.

Bij werkw. met een stam op -t was er assimilatie der d aan t :

laetme 1, 207, 6; laetise 1, 207, 10 en etti 4, 28, 19, met assimilatie der -d aan -t uit etedi.

Zonder assimilatie, ten minste graphisch :

moet di 4, 5, 9.

De 3e pers. meerv. gaat uit op -en, geassimileerd uit ent (= Onfr. unt) : si onthoghen 3, 11, 23; ontsinken 3, 11, 27 ; sterven 3, 12, 2 ; oefenen 3, 14, 3.

Optatief.

i1" en 3e pers. enkv. De eerste en derde persoon enkv. gaan uit op -e : ic doeghe 2, 90, 24; ic sterve 3» 179. 11;.

hi levere 1, 63, 1; hi verclare 1, 146, 6; hi diene

2, 2, 22; hi ghevoele 3, 25, 9; vloeie 1, 8, 24; hi vertie (d. i. vërtvjë) 1, 17, 5; vertye 3, 50, 1; 76, 20; •verthye 3, 7, 10; come 1, 37, 18; breke 2, 71, n; wenne 2, 172, 4; gheve 3, 7, 10; sterve 3, 179, 1; binde

3, 259. i-

Bij de werkw. waarvan de inf. op -n uitgaat smelt de uitgang samen met den stam : ic doe (niet doe-e) 2, 69, 6;

hi sta 2, 74, 2; ga (2, 2 30, 18), hi si 1, 17, 6\gescie 1, 148, 9.

Apocope der -e heb ik maar een enkele maal opgeteekend : hy en moet gheven 3, 108, 2.

Syncope der -e bij inclinatie van -t : hi en coept (coepe + et) 2, 182, 2.

2' pers. enkv. De 2" pers. enkv. gaat uit op -es-

ie en 3e pers. mv. De uitgang van den ien en 3en pers. mv. is -en : wighemessen 1, 1, 9; wi oefenen '< 25> 2; begeren 1, 25, 12; loepen 1, 1, 7; anesien 1, 1, 8; begrepen 1, i, 10; besitten 1, 1, 10; si bringhen 1, 14, 5.

Sluiten