Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5o, 16; te sine i, 50, 17; in doene 1, 54, 23; in latene 1, 54, 23; met gevene 1, m, 17; van houtene 2, 3, 20.

Enkele malen vindt men nog enne: te .bedeckenne 1, 37, 22; berespenne 1, 173. 19; dien waernemenne 3, 63, 18.

De eerste e van den uitgang -ene valt uit : bij de wortels op een klinker, op /, n, r : tonfane 3, 5, 17; te onfane i, 122, 12; te gheeselne 1, 19, 1; te quelne 1, 19, 2; te dienne 1, 19, 19; 32> IO> 43> 2! 103, 22; te meinne 1, 64, 5; te bewonderne 1, 68, 3; te leverne 1, 99, 17; beroerne i, 67, 23; begerne 1, 86, 26; te oef ene 3, 85, 14.

Vgl. evenwel : te wandelne 4, 13» 24.

Apocope der laatste -e treft men nogal dikwijls aan : te sijn 3, 5, 16; te dienen 3, 5, 20; te hebben

3, 8, 3; te besitten 3, 9, 3; te verdriven 3, 104, 14; in liden en in doghen 3, 109, 6.

De noemvorm werd ook als zelfstandig naamw. gebezigd en als zoodanig verbogen :

die manire ons loepens i, 1, 7; des achtersiens 1, 11, 10; des verberrens i, 42, 27; ons verstaens 1, 162, 13; haers te gadere blivens 1, 223, 1; des siens

4, 4, 20; in den insiene 1, 54, 3; waarnevens : met enen ghewarighen betrouwen 3, 108,5! in uilen sinen laten en doen 3, 109, 5.

Het teg. dlw. gaat uit op -ende of -nde, naarmate de noemvorm op -en of -n uitgaat : slavende 1, 6, 25; dwingende i", 71; staende 3, 41, 14 enz.

Sluiten