Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uitgangen van 't sterke praeteritum.

Indicatief. Optatief.

Enkv. screef screve

screefs screves

screef screve

screven screven-

screeft screeft

screven. screven.

Indicatief.

De ie en 3e pers. enkv. hebben geen uitgang : (ic, hi) bleef dreef, leet, reet, screef, sneet, bestreec, sweech, verteech, verweet, gheboel, loec, goet, ver co es, verloes, starf, mart, warp, dranc, dwanc, began, sang, va?it, verwan, brac, beval, nam, sprac, quam, at, plach, stac, was, bat, besat, sat, lach, sach, gaf, droech, dwoech, versloech, stont, voer.

De 2e pers. enkv. heeft den oorspr. uitg. -e (Os. budibundi, nami enz.) verloren en in navolging van den opt. praet. en 't praes -s aangenomen : du waers 3, 69, 9.

De eerste en de derde pers. gaan uit op -en \ (wi, si) bleven, begrepen, steden, verteghen, grepen, sloten, soghen, verloren, soden, storven, vochten, verworpen, begonnen, songhen, bevonden, verwonnen, braken, namen, spraken, quamen, aten, plaghen, waren, baden, besaten, lagen, saghen, gaven, droeghen, begroeven, stonden.

De 2e pers. mv. gaat uit op -t : ghinct 3, 91, 16. Met -i : saechdi 3, 122, 3.

Optatief.

De ie en de 3" pers. enkv. gaan uit op -e : (ic hi') worde, bevonde, vonde, ghebode, qaamc,

Sluiten