Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34, 10; 3, 8, 33; xvorden 1, 34, 10; 72, 22; 152, 28; 209, 18; 2, 172, 7; vonden 1, 151, 3; i66> 8: • 217, 4; 2, 181, 4: naast gevonden 3, 58, 19; comen 1, 252, 3; 2, 72, 15.

Uitgangen van 't zwakke praeteritum.

Indicatief. Optatief.

Enkv. 1 minde minde

2 mindes mmdes

3 minde minde

1 minden minden

2 mindet mmdet

3 minden minden

Indicatief.

ie en 3e pers. enkv. De gewone uitgang is -de (-te na een stam eindigende op een harden medeklinker) : behoerde 1, 12, 5; bloeyde 3, 4, 25 tempteerde 1, 18, 9; middelde 1, 45, 1; vermoede 1, 18, 11; verbeide 1, 25, 14; bediedde 1, 27, 6; cleedde 2, 23, 17; doedde 2, 34, 15; verberrende 2, 37, 21; doetde 2, 55, 11; 57, 15; ghereidde 2, 113, 20: spijsde 2, 206, 13; smaecte 3. ii, 14; bevoelde 3, 17, 16; waende 3, 18, 13; hiernevens is de oudere uitgang -ede niet ongewoon : smakede 3, 38, 8; mingede 1, 9, 7; proevede 1, 18, 9; ghelovede 1, 18, 18; gheorlovede 1, 19, 1; levede i, 19, 11; vloeiede 1, 271, 6; blusschede 1, 177, 23; bernede 2, 91, 1; 5; 95, 6; naast verbernde 2, 43, 8; trouwede 4, 13, 20; behoevede 3, 8, 19; groyede 3, 102, 24, verweekede 3, 242, 3.

Bij inclinatie van -se, heeft men syncope der middelste -e van -edese en dan somwijlen assimilatie van -d aan -s : maken = makedese 1, 147, '4! '4®' 7» droghese 3, 191, 1.

Sluiten