Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De andere verleden deelwoorden gaan uit op -t of op -et :

gheleert i, 4, 5; gheleret 1, 11, 18; bedect i, 13, 21; ghesuust 3, 6, 10; ghekeert 1, 2, 3; ghemaect 1, 2, 3; ghemaect 1, 4, 11; 11, 8; betaelt 1, 10, 6; ghestoert 3, 4, 10; verstopt 1, 10, 7; ghelovet 1, 2, 14; gewiset 1, 7, 10; gheminget 1, 11,9•, ghestampet 1, 14, 6; gheleidet 1, 16, 5\ gevoeget 1, 37, 12, 17; ghelevet 1, 21, 5; ghecledet r, 25, 18; 22; genoedet 1, 47, 9 enz, enz.

Wijzigingen in den wortelklinker der sterke werkwoorden

De klankwijzigende werkwoorden vallen bij Ruusbroec in de volgende zes klassen, naar de ablautsrijen :

1 i ee e ë

2 ie-, ü ö ö ö

3 i,e, a 0 0

4 ë a d ö

5 ë a d ë ba, oe oe a

I. i-klasse. Hiertoe behooren de werkwoorden : bit en, bliven, driven, verdriven, gripen, ghegripcn, begrip en, crighen, ghecrighen, vercrighen, criten, liden, (praeterire), liden (pati), (-liken), gheliken, nighen, riden, rinen, risen, seinen, seriven, sliten, sniden, sighen, besniden, striden, bestriden, (striken), bestriken, swighen, verzwinen, (tien), vertien, (witen) verwiten, wriven.

De klinker van den i" en 3" pers. enkv. praet. is -ee : bleej, verdreef, leet, overleet, verteech, verweet, scheen, screef, sneet, bestreec.

Sluiten