Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Opmerking verdienen hier :

seechde 3, 257, 1; gheleecht 5, 198, 22; 210, 22. Het verleden deelwoord ghedecht 1, 19, 22; van decken met overgang van k in ch vóór t.

2°. De werkwoorden, welke hun praet. ind. vormen met -de of -te en hun verl. dlw. met -U en welke

den zoogenaamden « rückumlaut » vertoonen :

hebben hadde gehad,

senden *sande gesant.

brengen brachte gebracht,

dencken dachte gedacht,

duncken dochte gedocht,

cnoepen cnochte gecnocht.

coepen cochte gecocht.

soeken sochte gesocht.

wercken wrachte gewracht.

Praeterita : hadse 3, 38, 2; du haddes 3, 69, 9; hi hadde 3, 6, 17; 1, 5, 9; wi hadden 3, 6, 4; si hadden 1,9, 24; sighehadden 3, 21, 18; opt. ic hadde 3. 86, 21; 22; hi hadde 3, 23, 3; 26, 17; hadt 3, 98, 25; hi en hadt = hadde et, 3, 73, 3, wi hadden 3, 10, 24.

Senden; van senden vinden we niet in 't enkv. het normale praet. sande maar sant onder den invloed der werkw. van de 3e sterke klasse; hi sant 1, 4, 28; 1, 117, 17; 3, 149, 14; hiernevens vinden we, onder den invloed van het praesens, een praet. met -e : si sinde 3, 190, 12; hi sende 1, 266, 18; 2, 102, 8; 3, 170, 18; senden 3, 243, 1.

brengen; brachte 1, 156,10; volbrachte (ind.) 3,171, 5; volbrachte 1, 156, 15; 66, 8; volbracht (ind.) 3, 170, 20; brochte (ind.) 3, 93, 17; brocht 3, 41, 25; volbrocht (opt.) 3, 58, 16.

dencken, ic dachte 3, 56, 18; bedachte 1, 220, 11; ghedachte 5, 216, 11.

Sluiten