Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

klasse, maar hebbende in den acc. den adjectief-pronominalen uitgang -an nevens vormen zonder uitgang. De uitgang -an, verzwakt tot -en, werd -e, zooals het regelmatig gebeurde voor den acc. enkv. der -«-stammen. Vgl. Franck, Mnl. Gr. § 178, 5; Braune, Ahd. Gr. § 195 en Anm. 1.

Een nom. enkv. priestere met uitg. -e staat onder den invloed van de naamw. der mannelijke ^-stammen, welke bij Ruusbr. doorgaans den uitg. -ere vertoonen in den nom. enkv. : priester e, 1, 234, 9; 11, 1; 4, 29; 9, 3; 2, 40, 22.

De nom. gen. acc. mv. gaan regelmatig uit op -e; toch is de uitgang -en voor sommige naamwoorden dezer klasse niet ongewoon :

biscoppen 3, 152, 26; benevens biscoppe 2, 113, 18; bescoppe 1, 271, 20;. bisscoppe 1, 271, 215; 9; 3,

152, 23; 153, 5 enz. daghen 3, 115, 6 nevens daghe

2, 38, 6; 7; 1, 185, 11; 2, 133, 8; 153, 11; dieven 3, 123, 17; 56, 4; -weghen 3, 79, 12; priesteren 2, 25, 21; nevens priestere 1, 4, 29; 9, 3; 2, 40, 22; 150, 23; 3, 152, 23; enghelen 3, 84, 15; inghelen 3, 149, 4; nevens inghele 2, 17, 11; engele 3, 251, 21; voghelen 1, 67, 25; nevens voghele 1, 68. 5; 134, 9; dmghen

3, 44, 2; 59, 10; 62, 14; 16; 18, nevens dinghe 1, 6, 3; jaren 3, 36, 10, nevens jare 2, 77, 4; kinderen 3, 34, 21, nevens kindere 1, 2, 12; 4, 28; 19, 1; 2,

153, 6; 1, 264, 15! 230, *8» clederen 1, 261, 13, 2, 37, 25; -werken 3, 106, 21; 35, 21; 68, 3; 51» 6; 11; 69, 16; 68, 3, nevens werke 3, 14, 45 51' 9, 7! 52, 5; 68, 7; 51, 3; 72. 5; vioerden 3, 154, 1; 59. 24; nevens woerde 3, 18, 8; 128, 22; 139» 2°> '45, 11» 155» 13; waerde 2, 13, 7; scoe heeft, .2, 152, 20, als acc. scoen, in de variant van D scoene; ook scoen (acc.

mv.) 2. 161, 5.

Meerv. op -ere hebben de naamwoorden : berd,

Sluiten