Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van onst vinden we een zwakken dat. enkv. : mét onsten 4, 171, 8;

van biecht : inder biechten 3, 104, 1.

Gansch naar 't mannelijk geslacht is verloopon arbeit : den arbeit 3, 77, 6; groten arbeit 4, 152, 13, sonder groten arbeit 3, 77, 5; met groten arbeide 3, 52, 20; tot lijjliken arbeide 3, 61, 1; in lijjliken arbeite 1, 245, 23; in uutwendighen arbeide 4, 150, 11. Een enkele maal vinden we het woord vrouwelijk : sonder alle arbeit 3, 76, u'.

Last is ook overgegaan tot het mann. geslacht; onsen last 4, 23, 14; den last 4, 84, 24.

Tijt is mannelijk, maar komt nog vrouwelijk voor, meest in vaste en bijwoordelijke uitdrukkingen : gheen tijd, 3, 105, 2; dien tijt, 1, 21, 5; den tijt 4, 68, 8; welken tijt, 4, 173, 7; vrouw, in der tijt 3,63,6; 84, 7; 2, 16,4; alle tijt 3, 69, 6; 73, 11 Angst vinden we ook in het mann. geslacht : van desen angste. 4, 39, 2.

Nacht eveneens : des nachts 3, 77, 11, den nacht 3, 15, 18.

Vrouwelijke i-stammen met korte wortellettergreep.

Hiertoe behooren de oorspronkelijke vrouwelijke /-stammen dore, stede, stat en de vrouwelijke samenstellingen met -scape, -scap.

Dore had in alle naamvallen van het enkv. den vorm dore : die dore 4, 223, 13; der dore 1, 107, 4;' op ene dore 1, 107, 3.

Voor het meerv. hebben we geene voorbeelden.

Stede beantwoordt aan een Os. nom.-acc. enkv. -stedi; kdpstedi; in 't Ohd. vindt men in deze naamvallen een vorm stat (naast gen. en dat. steti) waaraan bij Ruusbr. stat beantwoordt. De niet oorspr, vorm

Sluiten