Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De onzijdige woorden her te, oghe, ore, waren ook meestal naar het vrouwelijk geslacht verloopen :

metter herten 3, 64, 21; ter herten 3, 74, 7; in sijnre herten 3, 109, 7; sine eighene herte 2, 117, 26; die melde harte 1, 69, 10; enz. nevens sijn herte 3, 56, 14; dat herte 3, 78, 1; int herte 4, 79, 14; -jjetmoedich en te wreven herte 1, 250, 17; des herten 3, 64, 23; eens herten 2, 117, 15.

die oghe 3, 71, 16; 19; 20;

nevens een goedertieren oghe 3, 66, 12; een scalc °ghe 3, 66, 14; mijn oghe 3, 104, 19;

onser rechter oer en 2, 40, 20; Aarons rechter oer en 2> 37> 3! der rechter oren 1, 261, 8; neige dine oere

I, 167, 13; neyghe dine ore 4, 76, 2.

Van dit laatste woord heb ik geen voorbeeld voor 't onz. geslacht opgeteekend.

In het meerv. hebben deze naamwoorden in alle naamvallen een uitgang -n :

blixemen 4, 55, 20; boden 4, 13, 16; 159, 19; ghesellen 4, 191, 14; spelthanen 2, 222, 21; heeren 4,

II, 22; lichamen 4, 48, 18; der menschen 3, 65, 19; deser namen 4, 20, 3; namen 4, 40, 15; papen 2, 180, 14; 15; die sterren 4, 99 2; der sterren 4, 136, 20; herten 3, 45, 21 yin haren herten 2, 114, 9; oghen 3, 49, 2; 61, 11; met onsen uutwendighen oren 3, 251, 19; uwe oren 4, 76, 6.

Toch vindt men bij enkele naamvallen den meervoudsuitgang der sterke buiging, nevens den zwakken uitgang :

onse lichamen (nom. mv.) 3, 251, 3; die mensche (nom. mv.) 3, 43, 20; alle name (acc. mv.) 4, 53, 4.

Sluiten